Niet zomaar een Juul

Niet zo’n Fenna

Fenna! Alweer?! Hemeltje, jij bent ook geen kind, maar een wandelend vraagteken! Hoe krijg je het voor elkaar?!

Mam, ik weet het niet. Het gaat gewoon vanzelf…

Moeder trok Fennas besmeurde jas uit, haar doorweekte regenlaarzen en de muts zonder pompon die nog nét aan haar hoofd hing.

Iedereen heeft doodgewone kinderen, maar ik… Fenna! Hoe vaak nog?!

Fenna keek naar de gescheurde onderkant van haar jurk en zuchtte diep.

Toch was het zon leuke middag geweest! Die menselijke trein met haar vriendjes liep als een tierelier! Jammer dat Sander iets te enthousiast aan haar jurk trok. Vandaar dus dat scheurtje nu… En juf Truus had gezegd dat zij geen coupeuse was en mama het zelf maar mocht herstellen. Gelijk had ze! Alleen moest Fenna toen, van het vieruurtje tot het avondeten, op een stoel in de hoek zitten. Ze kon natuurlijk niet in haar ondergoed voor de jongens verschijnen! Dat hoort niet, zegt oma altijd. En oma weet wel het een en ander van het leven.

Bijvoorbeeld, dat Fenna gewoon zo is. Haar moeder vindt dat onzin, maar oma glimlacht alleen maar.

Hou eens op met dat gepik op dat kind! Wat een rare gewoonte is dat toch?

Mam, zo ben ik toch zelf ook opgevoed? Waarom zeg je dat het nu niet goed is? Als ik Fenna niet in het gareel houd, wat wordt het dan later?

Net zon slimme en mooie vrouw als jij! Is dat niet genoeg?

Ach, hou toch op! Ik heb geen tijd voor jouw grapjes. Fenna! Ga je omkleden, hup!

Je hoorde Fenna bijna opgelucht ademhalen toen ze naar haar kamer vluchtte. Moeder en oma bakkeleiden verder zonder haar. Ze was toch vooral een aanleiding voor hun ophef, niet de reden.

Ze had oma ooit gevraagd wat ze nou altijd aan het uitvissen waren. Oma had alleen gelachen:

Ruzie maken zonder reden is saai, meisje. Voor een goed doel, dán pas wordt het leuk.

Ben ik jullie doel?

Het allerbelangrijkste! Je bent ons enige kleindochtertje! Natuurlijk denken we na over wat voor mens jij wordt. Je moeder is streng, want ze denkt dat dat niet anders kan. Maar bij mij is alle strengheid opgegaan aan je moeder. Voor jou heb ik alleen nog maar snoep over, zoals een ouderwetse stroopwafel.

Ik lust geen stroopwafels, oma!

Nou vooruit, dan nemen we een toffee.

Dat is meer zoals het hoort! Oma, houdt mama van mij?

Meer dan alles, meisje. Meer nog dan ik van haar. Daar hoef je echt niet aan te twijfelen.

Maar waarom moppert ze dan altijd op me?

Juist daarom…

Vreemde liefde… Jij houdt ook van me, maar je moppert niet.

Ik ben jouw oma, zij jouw moeder. Voor moeders is het gewoon spannender. Ze moet meer zorgen en dus voelt het soms strenger. Snap je dat?

Nee!

Komt vanzelf. Ooit snap je het.

Maar ooit leek maar niet te komen.

Fenna wachtte en wachtte, maar haar moeder werd elk jaar alleen maar strenger.

Wat moet ik toch met jou? Moet ik wachten tot je zwanger thuiskomt zonder man?!

Die uitspraak hoorde Fenna bijna wekelijks. Ze dacht altijd aan die gescheurde kinderjurk van vroeger, grinnikte een beetje, maar had nooit gedurfd te vragen hoe je in hemelsnaam iets naar huis kon brengen in een gescheurd rokje. Mama zou die grap niet hebben gewaardeerd.

Al die zorgen van haar moeder waren natuurlijk nergens voor nodig.

Onhandig, maar best aardig om te zien, vond Fenna zichzelf sowieso ontzettend gewoon. Wat haar oma ook beweerde! Je hebt een spiegel, toch?

En in die spiegel… nee hoor, niets bijzonders. Kleine blauwe ogen, een dun paardenstaartje en sproeten op haar neus. Een knappe meid? Dacht het niet!

Die harde feiten des levens leerde Fenna maar al te vroeg. Ze stoorde zich niet teveel aan haar uiterlijk. Dat scheelde veel, voor haar én voor haar moeder. Scheelde een hoop modegedoe. Fenna vond haar oude All Stars zelfs meer dan prima behalve als ze eens met oma naar de schouwburg mocht. Naar het theater gaan was haar grootste geluk, al gebeurde het zelden. Geld was er haast niet voor. Oma spaarde een paar euros van de AOW bij elkaar, maar ja, dat duurde even. Daarom ging Fenna vanaf de brugklas bij de buurvrouw oppassen, verdiende haar eigen zakcentjes. De tweeling was druk maar lief, en Fenna vond het eigenlijk leuker dan een verplichting.

Je kwam, speelde, gaf snel een hapje, en daarna weer naar huis. Niemand kroop op je hoofd, niemand tekende in je schriften, en je had je kamer voor jezelf. Geweldig!

Het was niet dat Fenna egoïstisch was, maar ze snapte al vroeg dat geld allesbepalend is in gezinnen. Voor zelfs twee kinderen heb je aardig wat nodig. Haar moeder werkte als verpleegkundige, en dan nog op de intensive care, maar veel hielden ze niet over. En een vader? Die had Fenna nooit gekend, en eerlijk gezegd miste ze er ook niets aan.

Met haar moeder sprak Fenna daar nooit over. Waarom meer stress veroorzaken? Moeder had het al zwaar zat. Fenna, oma en dan was er nog haar vader die ineens verdween. Oma kon zich daar soms nog nét iets van herinneren. En alles over zijn verdwijning vertelde ze aan Fenna toen zij klein was, terwijl haar moeder het niet hoorde.

Je moeder was niet goed genoeg voor hem, zei-ie…

Waarom niet?

Ach, hij was een losbol. Had veel vrouwen. Maar ja, ze werd verliefd, he. Dacht dat-ie met haar zou trouwen, en dat de rest jeugdzondes waren. En trouwen deden ze uiteindelijk ook, want je moeder krijgt altijd wat ze wil. Maar zodra ze hoorde dat jij onderweg was, vertrok hij zonder iets te zeggen, geen adres achter te laten. Alleen een briefje op tafel.

Wat stond er in die brief?

Ach, laat maar, Fenna. Dat zijn hun zaken. Waar het om gaat: je moeder was zó blij met jou, dat ze haar hele zwangerschap als een porseleinen vaas door het leven ging. Bang dat je haar zou ontglippen. Vandaar dat ze nu zo streng is. Ze is gewoon bang iets kwijt te raken.

Echt daarom?

Zeker weten. Soms slaapt ze niet van de zorg om jou. Ik heb haar midden in de nacht zachtjes tegen je zien praten en je haren zien aaien, bijna huilend… Als ik erover begin, wordt ze boos. Het is haar geheimpje. Ze houdt zielsveel van je. Snap je?

Dat kan ik zelfs ik niet missen, oma… Was jij net zo streng voor haar?

Natuurlijk! Alle moeders zijn hetzelfde. We maken ons druk omdat we zoveel van onze kinderen houden, en daarna hebben we er spijt van.

Waarom moet je er bang voor zijn?

Je kind verliezen… Tja, dat kán je niet uitleggen. Dat snap je pas als je zelf moeder bent.

Fenna zei niets terug, maar dacht stilletjes dat ze haar kinderen nooit zo zou opvoeden. Ze was nog naïef, maar hé, wie niet op die leeftijd?

Kinderen leken sowieso iets voor later. Fenna hield zich niet echt bezig met die gedachte. Wie zou er nu voor haar vallen? Zo doorsnee, klein, met een grote mond en meestal een beetje dwars.

Na haar opleiding mocht Fenna aan de slag in hetzelfde ziekenhuis als haar moeder. Daar begon het pas echt!

Alles deed ze anders. Te vriendelijk, ze zat te veel met patiënten in, te snel, te betrokken… Iedereen vond het overdreven, want niemand zit daarop te wachten, Fenna!. De één wordt ontslagen, de ander komt terug. Je mag best wat afstand nemen. Je redt de hele wereld toch niet!

Maar Fenna wilde niet veranderen. Ze was veel te begaan met elke patiënt die pijn had hun leed greep haar aan. Hoefde toch niks te kosten, een vriendelijk praatje of een extra dekentje? Dat deed je zelfs voor een kat, laat staan voor een mens…

Zelfs haar moeder waarschuwde haar vaak.

Meisje, maak je niet zo druk. Je krijgt alleen maar gezeik met collega’s. En we hebben die baan hard nodig, voor oma ook. Je weet toch hoe duur een verzorgingstehuis is, of een thuishulp… Jij moet werken en ervaring opdoen, ik kan het niet allemaal alleen met oma.

Ik kan niet anders, mam. Sommige collegas schreeuwen gewoon tegen de zieken, dat kan toch niet?

Heel zwaar werk, Fenna. Niet iedereen kan vriendelijk blijven op deze afdeling. Jij bent een van de weinigen die echt meeleeft. Dat zegt je leidinggevende ook. Maar je moet het iets rustiger aan doen, meisje. Je verandert het systeem niet in één nacht.

Maar het duurt allemaal zo lang…

O hemel, je hebt het van geen vreemde, die vasthoudendheid!

Ja, joh. Vast van jou.

Fenna!

Wat?

Maak nou gewoon af wat je moeder zegt.

Tuurlijk…

Fenna had geen zin in ruzie, maar luisterde selectief naar haar moeder. Misschien had haar moeder soms gelijk, maar ondertussen lag er op zaal 3 een oma die kattiger is dan kater Bram, en die lacht steeds als Fenna binnenkomt. Ze moppert op alle andere zusters, maar niet op Fenna.

En zíj is niet de enige. Genoeg van die mensen, uitgeput, ziek van het leven zelf, en dan krijgen ze familie over de vloer die meer over de erfenis praat dan over de patiënt.

Maar moeder wilde alleen horen dat het goed met Fenna ging. Hoe kan het goed zijn als anderen lijden?

Natuurlijk kan je niet iedereen helpen, maar altijd wel iemand.

Collegas plaagden haar soms: “Fenna, jij moet het klooster in, joh, zoveel liefdadigheid.” Maar oma zei altijd: de karavaan moet verder gaan niet opgeven!

Dus ging Fennas karavaan verder, soms puffend in het zand van andermans problemen.

Want niet begrepen worden is zwaar. En sinds haar oma steeds meer vergat, had Fenna niemand meer om mee te praten. Haar moeder zuchtte alleen en bleef zeuren dat ze eens aan zichzelf moest denken. Vriendinnen trouwden één voor één, gaven haar zelfs hun bruidsboeketten met een knipoog.

Ik ga m niet eens proberen te gooien, het is jóuw beurt, Fen!

Fenna lachte en nam het boeket aan. Maar de ware, die direct na het vangen op zou duiken, bleef uit. Misschien was hij verdwaald of bestond hij gewoon niet voor haar. Kan toch? Geen tweelingziel, maar je bent gewoon compleet. Op jezelf.

Fenna accepteerde het. Haar tijd was voorbij. Zelf iemand versieren? Never. Kippenvel bij het idee.

Ze slingerde tussen ziekenhuis, dierenasiel (waar haar vriendin werkte en zij soms hielp) en huis waar oma steeds minder wist wie ze was. Moeder probeerde haar nog naar buiten te krijgen, sociale dingen te ondernemen, maar het was zinloos. Fenna werd een typische katvrouwtje, had genoeg aan haar leven.

Mam, als je graag oma wilt worden zeg het dan gewoon. Ik fix wel ergens een baby, dat is tegenwoordig zo geregeld.

Fenna! Wat is dat nou voor nare grap!

Waar maak je je druk om? Er zijn gewoon te weinig prinsen, mam! De natuur werkt niet altijd eerlijk. Wat verwacht je dan van mij?

Ik wil gewoon dat je gelukkig bent…

Stop dan met zeuren over mijn leven op de rails. Dat ding ligt bij mij gewoon dwars, en hij is keihard tevreden daar.

Dan zuchtte haar moeder stilletjes en probeerde haar stug aan een andere vrijgezel te koppelen. Maar alle zonen van haar vriendinnen waren al onder de pannen…

Totdat, zomaar ineens, het grote toeval toesloeg, maar heel anders dan Fenna ooit had bedacht.

Zij dacht dat haar droomman vanzelf naast haar zou verschijnen en op haar zou wachten. Maar het liep compleet anders.

Alles draaide eigenlijk om die gemene oude mevrouw Trijn van Dijk heette ze die elke afdeling tot wanhoop bracht en zeker twee keer per jaar het ziekenhuis onveilig maakte. Heel het team klaagde als ze de gang op stoof.

Begin er maar mee, Fenna, jouw favoriet komt weer!

Maar Trijn fleurde altijd op toen ze Fenna zag.

Meisje! Eindelijk een normaal gezicht tussen al die mopperkonten!

Ach, zo erg zijn ze niet.

Wacht maar tot je ouder bent, dan weet je beter. Maar dat komt nog wel.

Kom, ik breng u naar uw kamer…

De rest mag bang zijn, daar groeien ze wel van!

U bent onmogelijk, mevrouw Van Dijk!

Ik weet het! Maar mijn poes is nog erger. Heb je die meegemaakt? Wat een kreng!

Daar had Fenna verder niet aan gedacht, tot ze Trijn een keer heel stilletjes en verslagen opnam, anders dan anders. Geen ruzie, geen discussie. In stilte het bed in en wegkijken.

Laat maar, meisje… Kom straks nog eens…

Binnen een paar uur wist Fenna het hele verhaal en waarom Trijn nu vrijwillig was opgenomen.

Ruzie met de kinderen, dus nu zit ze hier. Nou ja… Zegt ze er zelf om, maar niemand wil echt voor haar zorgen. Best zielig.

Fenna haalde haar schouders op wie was zij om daarover te oordelen.

Na haar dienst ging ze nog even bij Trijn kijken.

Gaat het? Zal ik iets meenemen?

Een lange stille blik was haar antwoord. Fenna draaide zich al bijna om toen Trijn zich ineens uitliet:

Fenna, ik wil je iets vragen. Maar ik doe dat niet snel… Vragen. Mijn moeder zei altijd: Wil je wat, dan zorg je daar zelf voor.” Maar nu kán ik niet veel meer en niemand wil voor mijn lieve poezenbeest zorgen.

Wat wilt u vragen?

Wil jij alsjeblieft Marietje meenemen? Mijn kat. Ze is een beetje humeurig, maar o zo slim! Ze wist meteen dat ik hierheen moest. Ze probeerde me tegen te houden. Geen van de kinderen wil haar hebben…

Fenna aarzelde. Thuis hadden ze nooit dieren, oma was te vergeetachtig, en het kost gewoon geld. Maar die blik van Trijn raakte haar.

Dus Fenna beloofde het. Een ander oordelen over iemand zn hart? Geef licht als het kan. Oordelen doe je wel over jezelf.

Na overleg met haar moeder fietste Fenna naar het huis van Trijn Van Dijk. Met een sleutel in de ene hand en haar tas in de ander durfde ze niet alleen naar binnen. Ze koos de eerste beste burenbel.

Sorry mevrouw, ik kom voor de kat van mevrouw Van Dijk. Wilt u even in de deur blijven staan? Dan voel ik me prettiger.

Wat een slimme meid! Ze is best een pittige dame, onze Trijn. Maar haar poes, die houdt je wel bezig. Success!

Met Vieve, een buurvrouw met baby op de arm, vlakbij, stapte Fenna het huis binnen.

De kat kwam echter niet zo makkelijk. Meteen na binnenkomst floepte een zwarte schicht langs haar benen over de trap naar buiten.

Snel de deur dicht! riep buurvrouw Vieve.

Maar te laat: Marietje was ontsnapt.

Buiten waren verhuisjongens aan het slepen. Fenna vroeg: Hebben jullie een kat gezien? Eén van hen wees naar een boom. Daar zit-ie in hoor!

En ja, hoor, onder een kale boom, in de regen, zat Marietje boos te loeren.

Kssst, Marietje, kom dan! probeerde Fenna. Maar de kat gromde alleen maar.

Er zat niets anders op Fenna moest de boom in.

Regen striemde uit de lucht, de dag werd donker. Liever was ze met een dekentje thuis geweest… Maar, een belofte is een belofte.

Fenna hengelde haar rugzak op haar schouders, klom tot bij de kat en greep haar uiteindelijk bij haar nekvel.

Mooi zo, stelletje ongedierte! Loslaten nu!

Met Marietje onder de jas kwam het ergste: weer veilig beneden komen. Fenna, die doodsbang was voor hoogtes, zat ineens als een natte kat in de boom.

Vanaf beneden klonk ineens een mannenstem:

Hé, zit je daar lekker?

Ze schrok enorm.

Niet schrikken hoor! Ik pak zo even een ladder!

De jongen grapte, ging weg, en Fenna voelde zich een oen. Tot hij inderdaad terugkwam met een ladder uit de wagen van de verhuizers.

Kom maar, ik vang je wel op! Je hoeft niet te vallen.

Fenna beefde, maar de jongen hielp haar langzaam naar beneden.

Marietje trok zich los, maar Fenna was sneller. Kat terug onder jas, rits dicht.

Je bent behoorlijk vasthoudend, hè. Zal ik je naar huis brengen? Vraagt de jongen met pretlichtjes.

Nee hoor, dankje! sputterde Fenna eerst, maar bedacht zich vlug. Eigenlijk, eh, heel erg bedankt. Zonder jou was ik tot morgen niet uit die boom gekomen.

Geen probleem. Ik ben Thijs. Loop je mee tot het metrostation?

De regen werd minder, Fenna voelde een bijzonder soort warmte.

En zo werden Fenna en Thijs hand in hand een beetje meer dan vreemden, terwijl Marietje stilletjes onder haar jas kroop, nog te beduusd om te spinnen.

Die week bleef Marietje bij Fenna. Daarna kwam de dochter van Trijn haar ophalen.

Wilt u haar teruggeven? Ze mist dr zo, mn moeder…

Komt u haar halen? En uw moeder ook?

Ja, nu moet het wel. Ze wilde nooit bij mij wonen, maar nu moet het eindelijk gebeuren. Dankjewel.

Fenna zwaaide met een glimlach, keek nog even naar moeder en kat, en dacht: tja, t zit allemaal altijd anders dan je denkt.

Soms lijkt een ander onbegrijpelijkmaar oordeel niet te snel. Als je zelfs het huisdier van je moeder mist, dan is het nooit zo zwart-wit.

En eigenlijk, zei Fenna altijd: beter je druk maken om je eigen leven dan over dat van een ander.

Vooral als iemand ooit precies op het juiste moment een ladder voor je klaarzet. Dan doet het er ineens niet meer toe wie het eerst zijn hart opendoet. Dan ben je gewoon… precies goed.

Want voor degene die het om jou draait, ben je altijd precies de goeie. Ook als je moeder soms vindt van niet.

Please rate
Bagattia News
Niet zomaar een Juul