Tamara van Dijk ontdekte dat haar man een affaire had met de buurvrouw van de volkstuin, toen ze bij haar aanklopte om wat zout te lenen voor het inmaken van komkommers.

8 juli

Vandaag is een dag die ik niet snel vergeet. Ik ben erachter gekomen dat mijn vrouw, Marijke, niet de enige vrouw is in mijn leven. Maar niet zoals je denkt het is ik die de boel door elkaar heb gegooid. Het begon allemaal zo gewoon: ik ging bij onze buurvrouw, Mientje, om zout vragen voor de augurken die Marijke wilde inmaken.

Wie doet open? Onze buurman, Jacob. In zijn gebloemde onderbroek en wit hemd. Nou ja, het is mijn hemd, eigenlijk.

Jacob? kon ik alleen maar uitbrengen.

Hij stond er witjes bij en liep met zijn gezicht van rood naar wit en terug. Daar, achter hem, verscheen Mientje badjas over haar schouder, duidelijk net uit bed.

Jacob, wie is er? riep ze, en haar blik viel direct op mij.

Daar stonden we dan, drie volwassen mensen, elkaar aanstarend als koeien bij het hek. Ik draaide mij snel om en liep naar de poort, half rennend.

Marijke! Wacht, alsjeblieft! hoorde ik Jacob achter mij aanrennen, helemaal vergetend hoe hij erbij liep.

De hele straat kwam kijken onze twaalf vakantiewoningen stonden altijd open voor geroddel.

Jacob de Jong, voorzitter van de volkstuinvereniging, zonder broek achter zijn eigen vrouw aan door de straat Het was een attractie. Het is weer kermis, murmelde buurman Hendrik.

Ik stoof ons huis in en sloeg de deur dicht. Jacob bonsde ertegen.

Marijke, doe open! Laat mij alles uitleggen!

Hoe lang al? gilde ik door de deur.

Wat?

Hoeveel jaar al, Jacob?!

Even bleef het stil, toen fluisterde hij: Achtien.

Ik zakte langs de deur naar beneden. Onze jongste zoon, Wiebe, was net achttien geworden.

Even later kwam Mientje het erf op, netjes aangekleed dit keer.

Marijke, kom buiten zitten. Laten we praten.

Ik wil je niet zien, sluwe vos! siste ik uit pure frustratie.

We zijn volwassen mensen, zullen we tenminste rustig doen? zei ze nuchter.

Ik haalde diep adem, veegde mijn tranen weg en ging op de veranda zitten. Zij nam naast mij plaats. Jacob keek als een geslagen hond toe vanaf het tuinpad.

Achtien jaar fluisterde ik. Hoe is dit in hemelsnaam gebeurd?

Weet je nog, toen je je rug had geblesseerd en twee maanden in het ziekenhuis lag? antwoordde Mientje.

Dat herinnerde ik mij inderdaad. Operatie, maanden revalideren. Jacob had destijds alle augurken laten uitdrogen, de tomaten verschrompeld. Hoe kwam hij die zomer zonder mij door?

Ik hielp hem met de tuin, met het eten, zei ze zacht. En toen, ja begon het zo.

En dat is nooit gestopt, mompelde Jacob.

Achtien jaar! Houden jullie me echt al zo lang voor gek?

Mientje rechtte haar rug. Jij leefde jouw leven, wij het onze. Was je man minder vader? Werd jouw tuin niet onderhouden?

Ik wilde haar slaan, maar Jacob greep mijn hand.

Marijke, kom nou

Blijf met je poten van me af!

Ik ging het huis in, de straat stond stampvol mensen te fluisteren. Roddels vlogen over en weer. Catherina van perceel drie stond op hoge toon te beweren dat ze het altijd al wist haar man, Pieter, lachte haar hard uit.

s Avonds zat ik op de veranda toen Jacob voorzichtig bij mij in de buurt kwam.

Marijke, ga je nou niks zeggen?

Wat moet ik zeggen? Scheiden?

Waar heb je het over? We zijn beiden zestig voorbij!

En? Alsof mensen van boven de zestig niet scheiden?

Kom op, we hebben veertig jaar samen doorgebracht!

En daarvan heb je achttien jaar met Mientje doorgebracht.

Ik woonde gewoon bij jou! Ik ging zo nu en dan naar haar.

Zo nu en dan? Hoe vaak, Jacob?

Twee keer per week.

Twee keer per week! Achttien jaar lang! Dat is geen enkele keer. Dat is een systeem.

Jacob plofte tegenover me op een stoel.

Marijke, ik houd van jou. Maar Mientje is… anders.

Beter?

Niet beter. Gewoon anders. Jij bent mijn gezin, mijn thuis, mijn alles. Bij haar voelt het als pauze. Even niet alles hoeven, snap je?

Jij een pauze? Ik wou dat ik ns een pauze had, maar ik ben altijd met augurken en jam en tuinieren bezig!

Precies! Jij bent altijd bezig. En ik wil soms gewoon zitten, een borrel drinken, praten.

Met mij kun je toch ook praten?

Met jou praten we over de kinderen, over de tuin. Met haar praat ik over boeken. Over het leven.

Leest ze dan?

Ze leest. Kent zelfs gedichten van de Groot.

Ik moest bijna lachen. Jacob en poëzie.

Wat nu?

Weet ik niet. Wat jij wilt.

Wat jij wilt! Wil jij niet kiezen?

Wat valt er te kiezen? We zijn oud, laten we gewoon rustig verder leven, zonder gedoe.

Met wie? Mij of haar?

Kán het met allebei? flapte hij eruit.

Ik greep de eerste de beste pot augurken en gooide. Raak! Nou ja tegen de muur.

Wegwezen!

En hij? Naar Mientje natuurlijk.

Die nacht sliep ik niet. Dacht terug aan veertig jaar samen, dochters, kleinkinderen, het huis dat we samen bouwden. En nu, achttien jaar leugens?

Of was het wel echt een leugen? Heeft hij ooit trouw gezworen, eeuwige liefde beloofd? We leefden gewoon ons leven. Samen, maar blijkbaar niet altijd samen.

s Ochtends kwam Anna van perceel vijf met appeltaart.

Hier, Marijke. Hou je taai.

Dankje.

Zal mijn Joop m anders wel even een pak slaag geven?

Dat hoeft niet, Anna. We zijn geen kinderen meer.

Wat doe je nu eigenlijk?

Niks voorlopig.

Had m moeten wegjagen!

Anna, wat doet Joop dan steeds bij Catherina in haar tuin?

Anna werd knalrood.

Hoe bedoel je?

Ik zag ze samen tussen de bessenstruiken.

Dat was niets! Ze bespraken de aardbeien!

In elkaars armen?

Anna sloeg woedend de deur dicht.

Later kwam Hendrik.

Kan ik iets voor je doen? Iets omspitten?

Nee, dankje.

Oh, Jacob vroeg of ik kon zeggen dat hij vanavond zn spullen ophaalt.

Welke spullen? Zijn bloemige onderbroek?

Ehh… ik geef het maar door.

Zodra hij weg was, zette ik mij schrap. s Avonds kwam Jacob inderdaad met zn tas.

Ik kom mn spullen halen.

Neem maar mee.

Samen in de slaapkamer vroeg ik: Waarom nou juist Mientje, Jacob? Wat heeft ze dan?

Hij bleef staan bij de kast.

Ik weet het niet. Bij haar is het makkelijk.

En bij mij moeilijk?

Niet moeilijk. Maar jij weet altijd precies hoe alles moet. Wanneer augurken inmaken, wanneer aardappelen poten, hoeveel euro we aan elk kleinkind geven. Bij haar vraagt ze juist míj dingen, voel ik mij ja, nodig.

Ik liet mij op bed zakken.

Jacob, denk niet dat ik alles weet. Ik weet niet eens hoe het is om door mijn man achttien jaar lang genegeerd te worden.

Marijke

En hoe vertel ik dat aan onze kinderen en kleinkinderen?

Je hoeft het niet uit te leggen.

Jawel. Sjoerd komt morgen langs met zijn gezin. Wat moet ik zeggen?

Vertel gewoon dat we ruzie hebben.

Hij plofte naast mij. Kunnen we niet gewoon net doen of het nooit gebeurd is?

Alsof. Mientje woont achter je tuin, hoe kun je nou doen alsof?

Wat stel je dan voor?

Ik keek uit het raam. Mientje was augurken aan het gieten, nog steeds in diezelfde badjas.

Weet je wat? Ga wonen waar je wilt. Maar aan de kleinkinderen vertel je het zelf. En de augurken dit jaar die maak je mooi zelf in.

Ik kan dat niet!

Vraag Mientje maar, zij leest van alles. Ze pakt het zo op.

Met een bundeltje kleren ging hij. Iedereen stond te kijken.

s Nachts hoorde ik herrie buiten. Jacob sloop door de tuin.

Wat doe je?

De tomaten controleren. Morgen wordt het warm, ze moeten open.

Jij was toch weg?

Ik wàs weg, maar de tomaten zijn míjn tomaten! Ik wil ze niet laten verpieteren!

Kop dicht en doorgaan Typisch Jacob.

De volgende ochtend kwam Sjoerd.

Mam, waar is pa?

Bij de buurvrouw.

Op bezoek?

Hij woont daar nu.

Sjoerd was verbouwereerd. Ik vertelde in het kort het verhaal.

Achtien jaar, mam? Dat is

Toen Wiebe geboren werd, waren ze dus al bezig.

Hij liep boos naar Mientje, ik hoorde hun stemmen boven het geklep van de poort.

Teruggekomen zei hij: Papa zegt dat hij jullie allebei liefheeft.

Wij hebben geluk, zei ik cynisch.

Mam, misschien meent hij het.

Sjoerd, zou jij twee vrouwen kunnen liefhebben?

Ik? Nee. Maar ik ben dan ook niet opa.

Kleindochter Lotte stormde naar binnen.

Oma, waarom woont opa nu bij tante Mientje?

Omdat opa haar helpt met de volkstuin, antwoordde ik nuchter.

Sjoerd moest lachen.

Weer s nachts hoorde ik Jacob rommelen bij de tuin.

Ben je gek geworden, man?

Droogte! Alles gaat dood!

Je nieuwe gezin wacht. Bemoei je daar maar mee.

Bij Mientje is het haar tuin. Maar dit is óók mijn tuin!

Ik bracht hem de gieter.

Hier, dan zijn we sneller klaar.

We goten samen de planten, in stilte. Daarna zaten we op het bankje.

Jacob, eerlijk: van wie hou je meer?

Hij dacht na.

Van jullie allebei. Op een andere manier.

Hoe bedoel je?

Jij bent als mijn rechterhand. Altijd nodig, niet zonder jou. Mientje is meer als een festiviteit iets bijzonders, zeldzaams.

En als ik er niet meer was?

Niet zo denken! Maar eh, nee, dan zou het bijzondere bij haar weg zijn.

Dus je hebt ons beiden nodig?

Blijkbaar.

We keken zwijgend naar de sterren.

Misschien moet ik ook eens feest vieren grapte ik. Jacob schrok.

Wat bedoel je? Met wie?

Met wie dan? Hendrik stelde hulp voor.

Hendrik?! Nee maar!

Rustig, je woont toch bij Mientje.

Dat is anders!

Waarom dan?

Marijke, jij bent anders.

Hoe weet jij dat nou?

Hij stond op. Wat wil je nou?

Wat wilde ik eigenlijk? Het oude leven? Dat komt niet meer terug.

Ik wil rust. En mn eigen gang gaan.

En ik?

Woon waar je wilt. Maar geen leugens meer.

Wat als Hendrik dan komt?

Die heeft zelf iemand, op nummer negen.

Hoe weet je dat?

Jacob, ik zie meer dan jij denkt. Net als iedereen hier.

s Ochtends stond Jacob weer met zijn spulletjes bij het huis.

Mag ik echt weer terugkomen?

Logeerbed staat in de schuur. Blaas je matras op en maak het je daar maar makkelijk.

De buren fluisterden, Mientje deed net alsof ze niets hoorde.

Sjoerd kwam naar buiten.

Is papa echt terug?

Hij ligt op het logeerbed in de schuur.

Jij bent veel te goed, mam.

Niet goed. Gewoon klaar met veranderen op mijn leeftijd.

Een week later was hij weer in huis. Na een maand lette niemand meer op dat Jacob om de dag bij Mientje langs ging. Na een jaar had iedereen een eigen verhaal. Catherina van drie verhuisde naar Pieter van vijf, Anna woonde ineens bij de man van Catherina.

En ik? Ik maakte augurken in. Jacob bouwde een nieuwe kas. Mientje las boeken achter haar eigen heg.

Wat is liefde nou echt? Samen zijn, kinderen grootbrengen, iets opbouwen. En leren dat niets perfect is. Zelfs de liefde niet.

Misschien wel: juist niet.

Please rate
Bagattia News
Tamara van Dijk ontdekte dat haar man een affaire had met de buurvrouw van de volkstuin, toen ze bij haar aanklopte om wat zout te lenen voor het inmaken van komkommers.