Dit is het kind van Ivo…
Deze gebeurtenis speelde zich lang geleden af in Eindhoven, in een nette flat op de vierde verdieping van een negenhoog appartementencomplex. Daar woonde een werkende gepensioneerde, een alleenstaande vrouw van middelbare leeftijd met de naam Tineke van Beek.
Haar leven verliep kalm en onopvallend. Alles stabiel: AOW, een baantje erbij, vriendinnen, bezoekjes aan de kleinkinderen in Utrecht en zorg voor haar hoogbejaarde moeder, die twee straten verder op de vijfde verdieping zonder lift woonde.
Ook die dag verliep gewoon. Tineke belde haar moeder in de ochtend om te vragen hoe het ging.
Ja, een gewone dag. Ze had een vrije dag Tineke werkte s nachts in ploegendiensten in een particuliere huisartsenpraktijk, nam de telefoon op en deed de administratie.
En vandaag? Tja… De dagelijkse routine: koken en even naar haar oude moeder lopen. Eigenlijk was ze het soms wel zat, en bracht het haar tot zuchten en het rollen van haar ogen.
Lopen was geen probleem; slechts twee blokken. Koken evenmin. De moeder had nog erwtensoep en appeltaart van gisteren over. Maar die vijfde verdieping zonder lift! Poeh.
En dan die klachten van haar moeder over allerlei pijntjes… Ze kende elk stadium en elke fase van de kwaaltjes uit haar hoofd, en als dochter hoefde Tineke niet met adviezen te komen. Zelfs al had ze veertig jaar als operatie-assistente gewerkt bij het Catharina Ziekenhuis.
Wat weet jij nu van medicijnen, kind? Weet jij veel wat die dokters zeggen?
Ach ja, gewone dag.
Nog naar de supermarkt even langs, op weg naar moeders flat. De vuilniszak stond al in de hal, ze streek wat lipstick bij in de spiegel. Voor iemand van in de zestig zag ze er jong uit, met lichte kraaienpootjes en een vriendelijke blik. Kort, zilverig haar, grote oorbellen en een elegante uitstraling.
Zuurdesembrood en roomboter moet ik halen voor mam, dacht ze nog, terwijl ze haar lippen bijwerkte. Op dat moment ging de deurbel.
Ze hadden een intercom bij de entree. Wie zou dat zijn? Misschien buurvrouw Gerda, die soms langskwam voor een kopje thee.
Tineke liep met de lipstick in haar hand naar de deur en opende.
Voor haar stond een tengere, blonde jongedame, paardenstaart, een gestreepte T-shirt, zwarte vest, spijkerbroek en rugzak. Daar herinnerde Tineke zich later alles van. Op het moment zag ze vooral het gezicht van het meisje en haar hart sloeg over het kindje in een bruine doek op de arm.
De ogen van het meisje stonden gespannen, haar kaaklijn strak. Ze kwam dichtbij, duwde het pakketje haastig in Tinekes armen en zei kort:
Dit is voor u!
Tineke nam het kindje automatisch aan haar lipstick nog in de hand. Ze voelde het gewicht, keek omlaag… Mijn hemel, het is echt een kind!
Toen ze weer opkeek, zag ze nog net het meisje de trap afrennen.
Dit is het kind van Ivo, en ik moet studeren… klonk vanaf het trappenhuis, gevolgd door het dichtslaan van de portiekdeur.
En dat was het
Tineke bleef even in de hal staan. Ze wachtte, half denkend dat het meisje elk moment zou terugkomen. Maar nee. Ze keek naar haar vuilniszak en dacht: Niet vergeten mee te nemen straks.
In de hal stond ook een onbekende tas op de grond helemaal niet gezien wanneer het meisje die had neergezet.
En toen kwam het besef.
O lieve hemel. Het is een levend kind. En ze zei… het kind van Ivo?
Ivo?!?
Tineke had één zoon Simon. Hij was getrouwd, twee kinderen, woonde met zijn vrouw in Utrecht. Haar man Theo was vijf jaar geleden overleden.
Niets begreep ze hier nog van… Maar het kindje bewoog. Snel legde Tineke het op de bank en wikkelde de doek open: een lichtbeige kruippakje, reusachtig kleine beentjes met een speen waar een kikkertje op stond. Niet ouder dan enkele weken.
Nou, kleintje… Tineke aaide geruststellend. Het kindje zoog en dommelde weer in.
De antwoorden moesten in de tas zitten, dacht Tineke. Maar daarin zaten alleen twee flesjes, babyvoeding, een pak luiers en wat babykleren.
Toch verwachtte ze dat elk moment de bel weer zou gaan en het meisje het kindje terug zou komen halen. Maar hoe langer het stil bleef, des te zenuwachtiger Tineke werd. Mag ze het wel verschonen, voeden? Dit is haar kind niet…
Uiteindelijk verschoonde ze toch het luierpakje en ontdekte: het was een meisje.
Nu drong het pas tot Tineke door: ze had een vondeling in huis!
Ivo, Ivo… De naam bleef door haar hoofd malen.
Haar zoon Simon hield in zijn jeugd wel van uitgaan, maar dat was vroeger vóór zijn huwelijk, jaren terug. Hij was gelukkig met zijn gezin, druk met werk en familie, en net hadden ze hun nieuwe huis afgelost.
Terwijl ze de baby vasthield, probeerde ze logisch te denken. Stel nou dat het wel familie was? Dat zou een enorme rel veroorzaken. Haar schoondochter zou het Simon nooit vergeven!
Kom maar, meisje, stil maar.
Wat als haar eigen zoon liegt, dacht ze even paniekerig. Maar als Simon een misstap had gemaakt, zou hij toch bellen? Of niet?..
De baby kromde zich en jammerde zacht. Tineke mengde de melkpoeder. Intussen belde haar moeder alweer.
Hé, waar blijf je nou Tineke? Ben je nog in de winkel?
Nog niet, mam.
Vergeet geen stoofpeertjes. Maar dan die lekkere uit de Waagstraat, niet die melige van laatst!
Ik weet het, mam.
Zoek zachte, met een rode blos!
Ja, mam…
Het meisje op haar arm piepte en draaide zich. Tineke zuchtte. Wat moest ze nou? Op internet intikken: Baby achtergelaten, wat nu?
Ze besloot haar oudste kleinzoon Stan te bellen. Simon zat voor zaken in een buitenwijk, was pas overmorgen terug; hij belde wel elke avond naar huis, aldus Stan.
Nou, het zou fijn zijn als iemand mij eens wat vertelde, mopte Tineke, want ze had dringend behoefte aan uitleg.
Ze besloot haar schoondochter Saskia te bellen en vroeg of Simon haar kon terugbellen zodra dat kon.
Is er iets? Wil je iets zeggen?
Nee hoor… ik wacht gewoon even, zei Tineke zo luchtig mogelijk.
Daarna belde ze haar moeder op met een smoes:
Mam, mijn enkel is dubbelgeklapt, ik kom vandaag niet, gelukkig heb je genoeg eten.
Natuurlijk riep haar moeder dat ze gerust zelf naar haar toe zou lopen vijfde verdieping of niet! Vier keer belde zij die avond om te vragen hoe het ging.
Tineke deed de witte broek uit, trok haar huisjurk aan en ging bij het kindje zitten, peinzend. Was het onverstandig geweest het kind aan te nemen? Ja. Maar wie zet nu een kind te vondeling?
Het vooruitzicht om naar de politie te stappen schrok haar af. Straks bleek het toch familie…
Haar vriendin Mieke was haar vertrouweling. Tineke belde haar.
Miek, je gelooft het nooit: er is zojuist een baby bij me achtergelaten.
Niet dat Mieke erg schrok, ze ging gelijk analyseren: Er schijnt bij jullie op de zesde verdieping een Ivo te wonen, klopt dat?
Misschien heeft het meisje zich in het huisnummer vergist. Laten we gaan praten, drong Mieke aan.
Sta je ervoor open het samen uit te zoeken?
Tineke knikte.
Met de baby op de arm gingen ze niet, maar klopten bij 6B aan.
Wie is daar? klonk een oude, krassende stem.
We zoeken Ivo, probeerde Mieke.
Een kleine gedrongen oma opende de deur. Ze riep: Ivo! Er zijn alweer dames voor jou!
Een man met slaperige blik en ongekamd haar kwam tevoorschijn.
Zeg het maar, dames! klonk hij.
Wij denken dat u onlangs een vader bent geworden, begon Mieke.
De jongeman keek alsof hij water zag branden.
Een kind? Ik heb geen kinderen.
U bent de enige Ivo in deze flat, hield Mieke onverwurmd vol.
Serieus dames… Ik ben net dertig, ik werk als ITer van huis uit, ik word nooit vader genoemd… Ik ken niemand die een kind heet…
U heeft echt geen vriendin gehad afgelopen zomer? vroeg Tineke zachter.
Nee, beste mevrouw. Alleen ICT-verbindingen gehad, grapte hij.
Mieke verontschuldigde zich, Tineke bedankte en trok Mieke weer mee naar beneden.
Thuisgekomen besloot Tineke de politie niet te bellen. Haar gevoel zei dat het meisje nog zou terugkomen. Ze had immers wat in haar ogen gezien: wanhoop, kracht.
Die nacht was onrustig. Elke poep en zucht van de baby hield Tineke wakker, maar tegelijk genoot ze van de kleine warme aanwezigheid in huis.
s Morgens vroeg belde moeders weer.
Kom je wel? Vergeet die peren niet! Klonk het.
Ja mam…
Ze bond het meisje in een draagdoek, trok haar nieuwe jasje aan en liep naar de winkel. Het voelde prettig, niet meer alleen boodschappen doen.
Bij haar moeder aangekomen:
Wat is dat?
Dat is eh… Even een baby van een vriendin oppassen, wimpelde Tineke af. Ze gaf haar moeder de boodschappen, legde het meisje op de bank en dook in een stoel.
Thuisgekomen was daar ineens een SMS-je van Simon: Ben bereikbaar, bel gerust.
Tineke greep de telefoon en stak van wal alles in één adem. Krap een minuut later viel Simon haar in de rede.
Ma, ik?! Ik ben getrouwd! Jij hebt me zelf Simon genoemd, weet je nog? Bel meteen de politie.
Doe ik, kind… Straks, als ik de kleine gevoed en verschoond heb, zei ze sussend.
Straks, als het even kan, dacht Tineke. Ze wilde de baby nog even houden.
Haar vriendin Mieke opgetogen via de telefoon: Mooi dat je niet naar de politie bent gegaan! Het komt goed. Trouwens, niet Ivo, niet Simon, niet jij of ik zijn de ouder. De moeder komt vast terug.
En dat gebeurde.
s Middags klonk de bel. Toen Tineke open deed, stond daar het meisje. Ogen vol paniek, in de war, ze trilde van de spanning.
Waar is ze? Heeft u haar naar de instanties gebracht?
Ze slaapt op bed, zei Tineke kalm. Kom binnen.
Het meisje stormde naar binnen, zag het kind en zakte op de knieën, snikkend. Tineke gaf haar water, chocola, thee.
Eet wat. Je bent helemaal op…
In brokkelig Nederlands vertelde het meisje haar verhaal. Ze heette Marjet, afkomstig uit een klein dorp in Limburg. Een jaar eerder had ze in Eindhoven haar jeugdliefde Ivo een technische student leren kennen, hartstocht, zomer, beloftes. Toen raakte ze zwanger.
Ivo beloofde dat zijn moeder zou helpen. Maar na de kerst was hij verdwenen. Telefoon uitgeschakeld. Marjet stond er alleen voor, haar eigen vader in Limburg noemde haar een smeerlap en wilde haar niet meer zien.
In het studentenhuis mocht ze met baby niet blijven. Twee weken bij een vriendin, maar na de zoveelste nacht waarin ze beide huilden, vroeg die haar dringend te vertrekken. Intussen wilde ze haar studie niet staken; ze leerde hard, was bijna klaar met de opleiding verpleegkunde.
Als wanhoopsdaad, zonder slaap, zonder plan, liep Marjet naar wat zij dacht dat het flatadres van Ivos moeder was. Ze herinnerde zich alleen de vierde verdieping, nummer 21. Maar ze vergiste zich van flat de negenhoogers in die wijk leken allemaal op elkaar.
Ze gaf haar baby aan de vrouw die opendeed en rende weg. Huilde de hele avond, leerde voor haar tentamens, en s ochtends probeerde ze contact te zoeken met Ivo via internet. Hij wist van niets.
In paniek trok Marjet haar jas weer aan en holde terug. Gelukkig stond ze bij Tineke aan de juiste deur.
Ik zag fotos van zijn moeder, u lijkt écht op haar! Dezelfde coupe, knikte Marjet betraand.
Maar het leven is geen film. Je kunt geen meesterwerk maken en dan je naam verbergen, zei Tineke zacht, terwijl ze haar een arm gaf.
Wat nu?
Terug naar het studentenhuis. Ze zien me liever gaan, maar ik red me wel, zei Marjet.
Je komt nu bij mij. Blijf tenminste deze maand, tot na je examens. Na één nacht slaap zie je alles anders, en ik weet genoeg mensen in de zorg misschien kan ik je zelfs aan een baantje helpen.
Marjet protesteerde zwak (ik heb geen geld om huur te betalen) maar Tineke schudde het hoofd. Kijk even niet naar morgen. Slaap, voed je meisje, en morgen bespreken we het.
Tineke besloot alles maar even te laten. Laten we de kleine houden, dacht ze ook maar even dromen.
En er gebeurde wat ze hoopte. Marjet slaagde met mooie cijfers voor het examen, begon haar stage via Tineke in het St. Annaziekenhuis, de verzorging van Tinekes moeder ging zonder zuchten, en met de tijd kwam er zelfs een glimlach op Marjets gezicht.
Op een dag trok Marjet met haar koffers en haar dochtertje Maike twee verdiepingen hoger, om daar de oude buurvrouw van Ivo te verzorgen. En om in haar eigen schrille levensscenario een nieuwe, zorgvuldige bladzijde om te slaan.
***En zo gebeurde het dat Tineke, ooit gewend aan vaste gewoontes en rustige dagen, met een wonderlijke wending haar leven verrijkt zag raken. Soms, als ze met de kinderwagen langs het flatgebouw liep, zwaaide ze naar Marjet drie hoog en dacht terug aan die eerste paniek, aan die dag die alles anders maakte.
De kleine Maike groeide uit tot het zonnetje van het trappenhuis; buren die weggaan namen altijd eerst afscheid van het meisje-met-de-blonde-krullen en haar bijzondere moeder. Mieke noemde Tineke nog jaren plagend “pleegoma,” wat Tineke met een trotse lach beaamde.
De flat, ooit kleurloos, bloeide op door nieuwe stemmen, kleine sokjes aan de waslijn, kletspraatjes op het portiek en de zorg om elkaar of je nu familie was of niet.
En op zaterdag, als Marjet haar late dienst had en Maike logeerde bij Tineke, vouwde Tineke kleine handjes in de hare en fluisterde: “Soms moeten mensen gewoon voor elkaar zorgen. Ongeacht naam, afkomst of vergissing bij de voordeur.”
Maike keek omhoog, lachte en riep: “Oma Tien!”
Op dat moment wist Tineke: liefde zoekt haar eigen adres soms, dwars door alles heen, vindt het altijd de juiste deur.






