Er is nog maar één over

Alleen achtergebleven

Buiten werd het al donker, maar mama was er nog steeds niet. Fleur, die draaide aan de wielen van haar rolstoel, reed naar de tafel toe, pakte haar mobiele telefoon en toetste het nummer van haar moeder in.
Het toestel van de abonnee is uitgeschakeld of buiten bereik, klonk een onbekende stem.
Fleur staarde even hulpeloos naar het schermpje. Ze herinnert zich plotseling dat er amper nog beltegoed op de telefoon stond, en legde hem dan maar uit.

Mama was naar de supermarkt gegaan, maar bleef opvallend lang weg. Zoiets was nog nooit gebeurd, want haar moeder was altijd snel terug. Ze verdween nooit voor lange tijd; Fleur was namelijk vanwege haar handicap volledig afhankelijk van haar en kon niet lopen. Ze verplaatste zich in een rolstoel, en verder had ze niemand: geen vader, geen grootouders, geen ooms of tantes. Alleen haar moeder.

Fleur was al zeven, en bang om in haar eentje thuis te blijven was ze allang niet meer. Maar haar moeder zei altijd waar ze heen ging en hoe laat ze terug zou zijn. Nu begreep Fleur er niets van.
Vandaag is ze naar de goedkope supermarkt aan de andere kant van de wijk gegaan. Daar gaan we samen wel vaker naartoe. Het is officieel ver weg, maar in een uurtje ben je heen en weer, dacht ze, terwijl ze op de klok keek. Maar nu het is al vier uur geleden. En ik heb honger.

Ze stuurde haar rolstoel naar de keuken, zette het water op voor thee en haalde een gehaktbal uit de koelkast. Daarna zat ze alleen aan tafel.

Mama bleef weg. Ze kon zich niet meer bedwingen, pakte nogmaals de telefoon en probeerde het opnieuw:
Het toestel van de abonnee is uitgeschakeld of buiten bereik, zei dezelfde onpersoonlijke stem.
Fleur kroop in bed met de telefoon onder haar kussen. Het licht liet ze aan, het was veel te eng zonder mama in het donker.
Uiteindelijk viel ze toch in slaap, na eindeloos woelen.

***

Ze werd wakker toen de ochtendzon zachtjes door het raam kwam. Mamas bed was keurig opgemaakt.
‘Mama!’ riep ze richting de gang.
Stilte. Ze pakte de telefoon. Weer datzelfde holle, metalen stemmetje.
Ineens was alles eng, de tranen stroomden over haar wangen.

***

Koen was onderweg vanuit het café aan de Herengracht daar kocht hij iedere ochtend verse broodjes. Zo begon iedere dag voor hem en zijn moeder: zij maakte het ontbijt, hij haalde de warme bolletjes.
Koen was inmiddels dertig, maar nog altijd vrijgezel; vrouwen zagen hem nauwelijks staan. Hij was niet moeders mooiste, veel te mager en zijn gezondheid liet hem constant in de steek. Daar moest een dure behandeling aan te pas komen, maar zijn moeder had hem altijd alleen opgevoed. De laatste arts had hem als volwassene verteld dat hij zelf nooit kinderen zou kunnen krijgen. Trouwen? Dat idee had Koen allang laten varen.

Tussen het hoge gras blonk een kapotte telefoon. Gadgets waren Koens hobby en werk: hij was programmeur en blogde over tech. Tuurlijk had hij zelf de nieuwste smartphones, maar beroepsmatige nieuwsgierigheid won het altijd. Hij raapte het toestel op: compleet overreden, alsof er een bakfiets overheen was gereden.
Zal toch niet iets ergs zijn gebeurd? schoot het door zijn hoofd. Thuis zou hij het wel uitzoeken.

***

Na het ontbijt haalde hij het simkaartje uit de telefoon en stopte het in een van zijn eigen telefoons. De contactenlijst stond vol met instanties: ziekenhuizen, het UWV en andere saaie clubjes, maar als eerste stond er dochter bij.
Na kort twijfelen belde hij dat nummer.
‘Mama!’ klonk er blij en opgelucht aan de andere kant.
‘Ik ben niet je moeder,’ stamelde Koen.
‘Waar is mama dan?’
‘Ik weet het niet. Ik vond een kapotte telefoon en heb het simkaartje in mijn mobiel gedaan.’
‘Mijn mama is weg. Gisteravond ging ze boodschappen doen en nu is ze niet thuisgekomen.’
‘Heb je geen papa of oma?’
‘Nee. Alleen mama.’
‘Hoe heet je?’
‘Fleur.’
‘Ik ben oom Koen. Fleur, kun je naar de buren gaan en het vertellen?’
‘Dat kan niet, ik kan niet lopen. En er woont niemand naast ons.’
‘Hoezo kun je niet lopen?’
‘Dat ben ik gewoon altijd al, mama spaart geld voor een operatie.’
‘En hoe ga je naar de keuken dan?’
‘Met mijn rolstoel natuurlijk.’
‘Weet je je adres, Fleur?’ vroeg Koen pragmatisch.
‘Ja, Jan Steenstraat 7, appartement 18.’
‘Ik kom eraan. Samen gaan we mama zoeken.’
Hij verbrak het gesprek.

Zijn moeder, Mevrouw Van Dijk, kwam binnen.
‘Koen, wat is er aan de hand?’
‘Ma, ik vond die kapotte telefoon. En via het simkaartje kwam ik op een meisje uit, helemaal alleen in huis, in een rolstoel nota bene. Geen familie. Ik heb haar adres. Ik moet gaan helpen.’
‘Ik ga met je mee,’ zei ze resoluut en begon haar jas dicht te knopen.
Mevrouw Van Dijk wist als geen ander wat het is om alleen voor een ziek kind te zorgen. Ze was inmiddels met pensioen, Koen verdiende gelukkig goed.
Samen belden ze een taxi.

***

Bij de voordeur drukten ze op de bel.
Wie is daar? klonk het kleine verdrietige stemmetje.
Fleur, ik ben het, Koen.
‘Kom maar binnen!’

De deur stond al op een kier. In de woonkamer zat een smal meisje in een rolstoel, met grote droevige ogen.
Kunnen jullie mama vinden? vroeg ze meteen.
Hoe heet jouw moeder? vroeg Koen.
Ans.
En jullie achternaam?
De Bruin.
Koen, even wachten! zei zijn moeder ineens tegen hem. Fleur, heb je honger?
Ja. Er lag nog een gehaktbal in de koelkast, die heb ik gisteravond opgegeten.
Koen, haal even ons standaard boodschappenlijstje. Je weet wat we altijd halen.
Komt goed! riep Koen, en rende de deur uit.

***

Toen hij terugkwam, was zijn moeder al druk aan het koken. Snel zette ze het eten op tafel. Na het eten ging Koen achter de laptop zitten om nieuws te zoeken over incidenten van de afgelopen dag.
Op de Parklaan is gisteren een vrouw aangereden door een auto; slachtoffer in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht, las hij.
Hij pakte zijn mobiel, belde naar het ziekenhuis.
Gisteren is hier inderdaad een ongevalspatiënt binnengebracht van de Parklaan. Ze is er slecht aan toe en nog niet bij kennis.
Wat is haar naam?
Geen idee, mevrouw had geen documenten of telefoon bij zich. Bent u familie?
Eh dat weet ik eigenlijk niet zeker, stamelde Koen.
Kom maar naar het ziekenhuis, dan bespreken we het daar.
Ik kom eraan.

Hij liep terug naar Fleur:
Heb je een foto van mama?
Ja hoor. Ze reed naar het dressoir en haalde een fotoalbum tevoorschijn. Hier, dit zijn wij samen, net voor Pasen.
Je moeder is prachtig! glimlachte Koen.
Hij maakte een foto met zijn mobiel.
Nu ga ik haar vinden.

***

Ans werd wakker. Witte plafondtegels boven haar. Iets ruisde. Plots herinnerde ze zich een auto die op haar af kwam razen
Ze probeerde te bewegen, pijn schoot door haar lijf. Een verpleegkundige boog zich over haar:
Goedemorgen, wakker geworden?
Opeens werd Ans paniekerig:
Hoe lang lig ik hier al?
Twee dagen.
Mijn dochter ze zit alleen thuis
Rustig aan, Ans. Gisteren is er een vriendelijke, jonge man langs geweest. Hij liet zijn telefoon achter voor je. Hij zei dat jouw mobiel was vernield.
Mag ik bellen?
Momentje! Ze tikte op dochter in het telefoonboek en hield het mobieltje tegen Ans’ oor.
Mama!
Fleur, lieverd, gaat het goed met je?
Alles gaat goed! Mevrouw Van Dijk is bij me en oom Koen komt vaak langs.
Welke oom Koen?
Rustig, mevrouw, onderbrak de arts. Anders pakken we de telefoon af. Nu ga ik u onderzoeken.
Fleur, ik bel je straks terug! riep Ans, voor het gesprek werd beëindigd.

De arts checkte haar, de verpleegkundige zette een infuus. Toen ze weer alleen was, vroeg ze zachtjes:
Mag ik mijn dochter nog heel even?
De dokter wil niet dat je teveel praat. Maar uiteindelijk mocht ze toch nog even bellen.
Lieve schat
Mevrouw De Bruin, met Nelly van Dijk luister even. Mijn zoon vond je telefoon en daarmee jouw dochter. Ik ben met pensioen, ik blijf zolang bij Fleur. Niets om je zorgen over te maken, hoor. Hier is Fleur.
Mama, maak je niet druk en word snel beter!
Luister naar oma Nelly, hoor! zei Ans met hese stem.
We moeten ophangen! kwam de stem van de verpleegkundige.

***

De volgende dag werd Ans naar een gewone ziekenzaal overgeplaatst. Tegen de avond kwam een verpleegkundige binnen:
De Bruin, bezoek voor je.
Voordat Ans zich kon verbazen, stond er een enigszins smalle, lange jongen voor haar bed:
Goedendag, Ans! Ik ben Koen je mag me best tutoyeren, hoor.
Hij zette een grote boodschappentas op haar nachtkastje.
Mijn moeder heeft wat spulletjes voor je ingepakt.
Ik weet eigenlijk niet eens wie je bent, stamelde Ans.
Puur toeval, ik vond jouw verpletterde telefoon. De simkaart werkte nog. Ik belde je dochter. Via haar vond ik jou.

Hoe is het met Fleur?
Hier, kijk. Koen pakte de telefoon die hij de vorige dag had achtergelaten, rommelde wat in de instellingen, en toonde het scherm.
Ans zag haar dochter.
Mama! Gaat het pijn doen straks?
Nee liefje, het gaat al veel beter. Hoe is het verder?
Oma Nelly is hier vaak.
Ans praatte een hele tijd met haar dochter terwijl Koen rustig afwachtte. Uiteindelijk keek Ans naar Koen en zuchtte:
Nu sta ik bij jullie in het krijt
Joh, Ans! Doe niet moeilijk. En noem me gewoon Koen, alsjeblieft.
Dankjewel, Koen!
Zal ik je uitleggen hoe je deze telefoon gebruikt?

***

Twee weken gingen voorbij.
De veroorzaker van het ongeluk kwam Ans opzoeken in het ziekenhuis. Met een advocaat en 10.000 euro als schadeloosstelling contant in een enveloppe.
De volgende dag werd Ans ontslagen uit het ziekenhuis. Koen haalde haar op en bracht haar naar huis.
Mama! riep Fleur verheugd.
Het leek wel alsof ze zo uit haar rolstoel ging springen van blijdschap. Ans knuffelde haar dochter en begon spontaan te huilen van geluk.
Daarna draaide ze zich naar de oudere vrouw:
Mevrouw Van Dijk, ontzettend bedankt!
Houd toch op, Ans. Ik zie Fleur inmiddels als een kleindochter!
Van Dijk, de veroorzaker van het ongeval gaf mij een vergoeding, zei Ans ongemakkelijk, terwijl ze de geldstukken tevoorschijn haalde. Neem alsjeblieft iets aan, ik weet niet hoe ik u anders moet bedanken
Stop maar weer weg, Ans! sprak mevrouw Van Dijk streng. Wij komen niets tekort en jij moet Fleur laten behandelen. Koen heeft al contact met een goede kliniek.
Mama! kirde Fleur. Oom Koen zei dat we samen naar het ziekenhuis gaan ze gaan maken dat mijn benen werken!

***

Twee weken verbleven Ans en Fleur in de kliniek. Spalken werden aangebracht; over drie maanden moesten ze terugkomen, volgend jaar nog eens, en het jaar daarna weer. Na drie jaar, na drie operaties en veel oefeningen, beloofde de arts dat Fleur helemaal zelf zou kunnen lopen.
Tot dat moment zat Fleur nog steeds in haar rolstoel, spalken en al, wat nogal ongemakkelijk liep allemaal.
Maar het lot had nog meer in petto. Bij mevrouw Van Dijk ging het mis: haar hart begon ineens op te spelen, en ze werd opgenomen. Het ging slecht.
Drie nachten sliep Ans op een klapstoeltje bij het bed van de vrouw die inmiddels familie voor haar was. Thuis kwam ze alleen om snel voor iedereen iets te eten klaar te maken en een tukje te doen. s Nachts bleef Koen bij Fleur thuis.
Op de vierde dag eindelijk werd mevrouw Van Dijk wakker met wat kleur op haar wangen. Ze keek Ans lang en nadenkend aan en zei zacht:
Lieve schat, ik denk niet dat ik nog lang op deze aardbol ben. Trouwen moet je met Koen. Hij is een geschikte man. Samen krijgen jullie Fleur weer op de been.
Mevrouw Van Dijk, zou Koen met mij willen trouwen?
Geloof me, dat komt goed! antwoordde de oudere vrouw glimlachend.

***

Op het schoolplein hield een oudere vrouw de hand vast van een meisje met een rugzak en een groot boeket bloemen. Als je haar lengte niet zag, zou je denken dat ze op haar allereerste schooldag was. Maar het was Fleurs eerste keer in de vierde klas: de eerste drie klassen had zij thuis, online gevolgd. Overal achten en negens. Nu liep ze écht zelf naar school.
Oma, ik vind het best spannend hoor.
Ach kind, je bent al tien! Kijk, daar komen je papa en mama ook aan!
Waarom kijk je zo moeilijk, lieve? vroeg Ans, die erbij kwam.
Ze is een beetje zenuwachtig voor haar eerste échte dag op school, glimlachte mevrouw Van Dijk.
Pak maar mijn hand! Koen reikte haar de zijne. Samen gaan we naar binnen.
Met jou erbij ben ik helemaal niet zenuwachtig meer, pap! Fleur straalde.
En zo liepen ze, vrolijk kletsend, naar school. Mama en oma achter hen aan net zo gelukkig.

Please rate
Bagattia News
Er is nog maar één over