Brief aan mijn vader

Brief aan mijn vader

– Nou, jij bent me er eentje, joh, Joris! Dat had ik nou echt niet van je verwacht! Marieke trok zich niks van fatsoen aan en veegde haar neus af aan haar mouw.

Die nette blouse had haar moeder nog voor haar gemaakt. Mooie stof uit de kast gehaald, een heel klein beetje zuchtend omdat ze die prachtige zijde zelf eigenlijk ook wel had willen houden, maar ze kwam toch achter de naaimachine. Ja, Mariek werd ouder. Een meisje moet er toch een beetje netjes bijlopen, anders kijkt geen jongen naar je om.

Moeder doet eigenlijk veel te veel haar best Wat heb ik eraan? dacht Mariek, terwijl ze nog een laatste blik wierp op haar eerste grote liefde.

Die liefde, Joris, liep met grote militaire passen weg van haar. Hij keek niet eens achterom.

Dat doet pijn, joh, niet normaal!

Mariek snikte nog eens, maar bedacht zich snel haar wimpers zaten vol met mascara, stiekem opgedaan terwijl moeder er niets van mocht weten, dus uithuilen was geen optie.

Joris, Jo, Joriske

Haar enige, haar grote liefde! Slechts een half jaar geluk kregen ze maar. Mariek telde het precies, want ze hield van rekenen. Precies een half jaar geleden leerden ze elkaar kennen.

Zes maanden, en toch zoveel gebeurd…

Uiteindelijk draaide Joris zich toch nog heel even om, maar Mariek deed net alsof ze het niet zag.

Nou ja zeg! Komt ze aan met zon groot nieuws, draait hij zich gewoon om! Laat maar lekker gaan! Schipper dat-ie is! Hij wil alleen het water en zijn vrijheid! Moet je zien! Prima, zoek het uit dan. Wat dacht je wel? Ze is toch geen kind meer? Ze redt zich wel, zowel met het krijgen als het opvoeden van een kind. Daar heeft ze zijn goedkeuring niet voor nodig. Groot gelijk!

Mariek was boos, maar diep vanbinnen deed het enorm pijn.

Hoe dan? Hij zei toch dat hij van haar hield, alles voor haar zou doen! Trouwen beloofde hij. En nu? Loopt-ie weg als ze zegt dat ze zwanger is?

Nou ja gezegd

Eigenlijk had ze gewoon aangegeven dat het tijd werd voor meer dan af en toe samen zijn in het weekend, en toen zei hij dat de zee op hem wachtte. Hij was niet van plan zijn dromen op te geven voor haar gedachtes. Hij zei dat als ze echt van hem hield, ze maar met hem mee moest gaan.

Waar moest zij naartoe? Haar moeder achterlaten, en dan nog zwanger ook? Helemaal naar het noorden van Nederland, waar ze niemand kende?

Nee hoor! Daar begint ze niet aan!

Mariek stond op van het bankje, trok haar rok recht en haalde een hand door haar haar. t Was niet veel, maar met een beetje permanent zag het er best uit. Haar moeder had gelijk een beetje moeite doen voor je uiterlijk kan echt verschil maken. Neem nou Joris; veel was het uiterlijk niet, maar hij was slim, grappig, en je kon er serieus mee praten. Hij had dan maar een paar jaar school, maar lezen en schrijven kon hij prima.

Eerlijk gezegd had Mariek zelf school ook niet bepaald afgemaakt. Ze was klaar met de mavo en hield het daarna voor gezien, wat haar moeder haar nauwelijks vergaf. Bijna een maand sprak ze haar niet! Wanneer gebeurde dat nou?

Maar Mariek wist zelf dondersgoed wat belangrijk was. Wat had ze aan een diploma als ze nu al goed verdiende op de bouw en haar moeder geld kon toesturen en zelf ook prima rondkwam?

Moeder was inmiddels wel weer bijgetrokken en nam haar dochter opnieuw liefdevol onder haar vleugel. Zo zijn moeders nu eenmaal. Maar wat zal haar moeder nu zeggen, als ze hoort dat ze oma wordt? Zal ze boos worden?

Dat viel eigenlijk te verwachten.

Moeder schreeuwde zo hard dat de buren kwamen kijken. Maar uitleggen, ho maar. Ze zeiden tegen de buurvrouwen dat Mariek problemen had op haar werk en stuurden hen snel weg. Familieaangelegenheden houd je in de familie.

– Hoe kan dat nou, meisje? Had ik je niet gewaarschuwd tot na het trouwen? Wie wil er nu nog een meisje zoals jij?! Tjonge jonge, Joris! Wat een schoft! Hij leek zo aardig! Adder! Dat wordt wat… Dus je zei hem dat er een baby kwam, en hij was zo snel als het licht vertrokken?

Mariek dacht na. Zal ik haar alles vertellen? Dan maakt ze me echt af. Beter als ze niet alles weet. Zij zal beperkt vragen stellen, Joris is allang uit beeld.

– Ja mam, zo ging het.

– Och meisje toch… Wat moeten we nu samen?

– Gewoon, mam! Wij kunnen dit. Als je me helpt in het begin, komt het vast goed.

– Zou ik je ooit in de steek laten? Geen sprake van! Geen moeder laat haar kind vallen als die hulp nodig heeft!

Mariek sloot haar ogen voor een seconde en slaakte een zucht van opluchting.

Nou, dag Joris! Wij redden het heus wel zonder jou! Kies jij maar lekker het ruime sop.

Na een tijdje vergat Mariek zelf de details van dat gesprek met Joris, ze was er heilig van overtuigd dat ze hem écht verteld had van de baby. Boosheid en teleurstelling nestelden zich in haar hart en lieten zich soms weer voelen, als een stelletje slangetjes die haar aan het sarren waren:

– Kijk eens aan! Het dochtertje lijkt als twee druppels water op dr vader! Zon druktemaker! Niet gek, dat je af en toe gek wordt van haar. En als ze straks vraagt waar haar vader is? Vertel haar dan maar over de zee, waar hij heen is, zonder ooit nog iets van zich te laten horen Wedden dat zij ooit net zo vertrekt? Want liefde waarderen, dat leer je blijkbaar niet vanzelf. Appel valt niet ver van de boom…

Misschien daarom dacht Femke, Marieks dochter, altijd dat alleen oma van haar hield, en dan ook nog alleen als het haar uitkwam. Oma knuffelde haar, troostte haar, maar zodra de buurvrouwen achter hun rug begonnen te gniffelen, schoof ze Femke weer opzij:

– Ga maar, naar je moeder! Laat die jou maar troosten, mijn zorgenkind… Waar heb ik dit aan verdiend? Waarom toch, God?

Tot haar derde dacht Femke serieus dat zorgenkind en straf haar echte namen waren. Alleen als haar moeder een goed moment had, hoorde ze voor het eerst haar echte naam: Femke.

– Kom eens hier, meisje! Even die vlechtjes goed doen! Wat heb jij toch mooi haar Echt niet van mij geërfd! Zo dik als bij je vader! Hij had ook van dat donkere haar En blauwe ogen, zo blauw als het IJsselmeer daar is hij heen vertrokken. Jij hebt het van hem… Mooi ben je, maar geluk zul je niet snel vinden.

– Waarom niet? kleine Femke trok een pruillipje.

– Omdat het zo is!

Als haar moeder zo fel reageerde, wist Femke dat ze verder niks meer moest vragen. Dan maar naar oma, lekker in het warme schort vol geur van gehaktballen en erwtensoep en daar even uithuilen. Dan huilde ze eerst om zichzelf, daarna om haar moeder, en uiteindelijk ook oom oma, want die moest het allemaal dragen.

Pas veel later leerde Femke wat schaamte betekende en waarom iedereen er zon punt van maakte. Ze was net tien toen haar moeder ineens straalde, weer zichzelf was, en vertrok naar Amsterdam om een nieuwe start te maken.

Femke bleef bij oma.

Het was niet dat ze haar moeder vreselijk miste; haar moeder was immers vaker weken weg voor werk, want ja, die arme vaderloze moest toch gevoed worden. Maar deze keer was het anders. Haar moeder kwam uit die werkperiodes altijd vrolijk thuis, met tassen vol cadeautjes, kleren en knuffels, en mopte dan tegen oma:

– Mam, wat is Femke toch mager! Straks denken mensen hier dat we haar niet te eten geven!

– Ze eet gewoon niks! Ook niet als ik mn best doe. Als jij thuis was, at ze vast beter. Maar ik heb mn handen vol aan het boerenbedrijf, het huishouden en dan ook nog dat kind. Klaar nou met mopperen en kom gewoon weer thuis!

– Femke heeft mij niet meer nodig, mam! Ze is hartstikke groot. Kom, niet meer zeuren. Kijk, wat ik voor je meegenomen heb!

– Wat moet ik met die cadeaus? Kind, ik mis je gewoon. Je hart huilt als je niet thuis bent, dat snap je toch?

Dan werd haar moeder somber, en Femke trok zich angstig terug, want dan kwam er ruzie.

– Ja? Jij hebt het lastig? Denk je dat ik het makkelijk heb? Jong, ik ben nog geen ouwe taart hoor, ik wil ook leven! En dan jij die nog klaagt ook. Soms weet ik niet meer waarvoor ik het doe! Help me dan toch, mam! Had ik het van tevoren geweten, had ik Joris nooit laten gaan.

– Nou ja, dat is nu wel duidelijk, kind. Achteraf klagen helpt niemand.

– Mam!

– Toe dan. Je hebt een kind, voedt het dan ook op! Of schrijf anders een brief naar haar vader. Misschien wil híj haar wel hebben?

– Alsof ik Femke aan die vent meegeef! Hij wilde sowieso niks weten van haar! Wil hij ineens een kant-en-klaar kind, komt niks van in. Daarvoor sjouw ik al te lang met haar rond!

– Nou, klaag dan niet! Denk je dat het Femke goeddoet? Om over haar vader te horen dat het een eikel is, en haar moeder tot het gaatje moet werken?

– Laat haar dat gerust weten. Het leven is geen gouden plaat, meisje. Soms krijg je gewoon een lel om je oren. Genoeg, mam, klaar nu. En waag het niet om Joris zelf te schrijven!

Oma hield zich netjes aan dat verbod, maar toch niet voor altijd.

Toen Femke haar eindexamens voorbereidde, kwam er verdrietig nieuws uit Amsterdam. Haar moeder had een zoontje gekregen, en een week na de geboorte afscheid genomen van deze wereld. Alles bleef voor Femke een groot mysterie.

Maar Femke gaf het niet op. Na het nieuws pakte oma haar spullen en vertrok naar de grote stad, trillend, met een zwart sjaaltje om haar hoofd, en fluisterde tegen Femke:

– Nou gaan we niet huilen, kind We moeten nu verder, hoe dan ook. Ik weet niet hoe Komt wel goed, zeg je? Je wilt gaan werken? Maar er moet eerst voor dat kindje gezorgd worden. Joris was er als de kippen bij om hem op te halen, maar opvoeden, ho maar. Die verantwoordelijkheid ligt dus bij ons. Kunnen we dat, Femke?

– Hebben we een keus, oma? Jij hebt mij zonder moeder grootgebracht, dat kindje moeten we toch ook een thuis geven. Naar het kindertehuis brengen? Dat is toch geen optie!

– Ik weet het, Femke, maar ik maak me zorgen of ik het allemaal nog wel aankan

Oma was amper weg en Femke zocht het hele huis af; nu konden moeders verboden haar gestolen worden. Vader moest gevonden, want zonder zijn hulp zouden ze het samen nooit redden.

Ze wist precies wat ze moest doen. Als klein meisje tekende ze altijd al brieven naar haar vader, in het geheim. Hele verhalen in tekeningen gebruikte ze om hem te laten weten dat er een nieuwe kat was, of dat ze leerde pannenkoeken bakken met oma. Oma had die oude tekenboekjes allang gevonden, en verder geen woord gezegd. Vele pogingen om moeder over haar boosheid heen te krijgen liepen stuk die vent zou toch niks van zijn kind willen weten. Moeder voelde zich bedrogen, en besefte niet eens dat haar ex niet eens wist dat hij een dochter had.

Toen de tekeningen overgingen in onhandige letters, schreef Femke haar vader steeds vaker brieven, met al haar zorgen, wensen en frustraties, vol hoop en teleurstelling allemaal dicht bij haar hart opgeborgen.

Nu moest ze haar belangrijkste brief ooit schrijven. Die zou ze wel echt op de post doen…

Femke vond uiteindelijk het adres terug in een oude vergeelde envelop, die haar moeder had weggestopt achter een ingelijste foto. Per ongeluk viel het lijstje uit haar handen en het glas brak. Toen ontdekte ze het briefje.

– Wat is dat nou? Femke trok hem onder de foto vandaan, keek en zei: Mam, waarom heb je me dit niet verteld? Wat heb ik je misdaan?

Ze zat nog lang op de grond, alles op tafel gooiend, excuses makend voor haar gevoel luchtte het niets op.

– Sorry mam, maar ik ga je advies in de wind slaan. Jij wilde niet dat ik ooit contact opnam met mijn vader, maar ik heb hem hard nodig Oma zegt steeds dat ze niet het eeuwige leven heeft Ik word er boos van, maar ik begrijp haar. We kunnen het zelf niet meer aan. Stel dat hij echt zo erg is als jij altijd riep, dan weet ik het zelf, en stel ik me niet meer afhankelijk op. Maar wat als niet? Sorry mam, ik geloof je niet helemaal. Waarom heb je mij dan eigenlijk gekregen, als je nooit de moeite hebt genomen om écht van mij te houden? Ja, noem me maar ondankbaar… Denk je dat het fijn is om ongewenst te zijn?! Dat men steeds roept dat je op iemand lijkt die je nooit hebt gezien? Je snapt toch dat ik hem wil zien? Laat me maar

Het kwam bij haar niet eens op dat hij misschien al verhuisd kon zijn.

Ze dacht nergens aan. Ze deed wat ze moest doen.

Na een avondlang zwoegen op een velletje uit een oud schoolschrift, had ze drie regels die alles zeiden: haar verdriet, haar hoop, haar hulpvraag.

Ze stuurde de brief s ochtends op weg naar school, en trof bij thuiskomst haar oma die met het kleintje was teruggekomen.

– Kijk aan, Femke Dit is Tobias, je broertje… oma snikte en draaide zich snel om, terwijl Femke het kleine hummeltje nieuwsgierig bekeek.

– Oma, waarom is hij zo klein?

– Jij was kleiner en lichter, echt waar.

– Echt?

– Zeker. En nu, moet je zien hoe groot je bent geworden. Dat komt met hem ook goed.

– Maar oma, zijn vader dan?

– Die zegt dat hij helpt, maar opvoeden, ho maar. Druk, druk, druk, zegt hij dan.

– Nou ja, dan toch nog iets Femke trok precies omas toon na en oma grinnikte.

– Oh, Fem, gaan we dat redden samen?

– Natuurlijk, oma! Gewoon doen zoals iedereen het doet, joh! Kijk naar Maud van nummer 5, die heeft negen kinderen en klaagt nooit. Ze brengt straks babykleertjes voor Tobias die nog keurig zijn van haar tweeling. Zo snel groeien kinderen!

– Ja, kind, sneller dan dat je denkt. Je moeder hield ik pas nog zo in mijn armen, en nu is ze er niet meer.

– Niet huilen, oma! Straks begin ik ook! En hij hier begint ook al te piepen! Heeft-ie honger?

– Vast wel. Oei, de tijd! Ja, hij moet eten.

Oma gaf Femke het babytje in haar armen.

– Houd maar even vast. Komt goed schat, je bent handig en zorgzaam, je doet het prima.

Femke wist niet wat ze voelde.

Daar lag een levend bewijs in haar handen: ze was niet meer alleen. Ze had zich altijd afgevraagd of ze ooit iemand had die haar nodig had, en nu was het zo ver.

Het zorgen voor Tobias leerde Femke in no time. Maud uit het dorp holde gewoon even binnen, verschoonde zonder aarzelen kleine Tobias, en gaf instructies:

– Niks aan de hand, gewoon doen meid! Vroeger trouwden meisjes van jouw leeftijd allang en hadden al kinderen. Komt goed. Badtijd, voeden, ik laat het je zien. Wees niet bang, Fem, dit kan jij ook!

En eerlijk, het sloeg op Femke als een bom, maar ze zag het steeds vanzelfsprekender in. Haar hart groeide. Tegenwoordig racete ze na school naar huis, want daar wachtte Tobias! Zijn eerste tandeloze glimlach was voor haar, Femke. En het eerste woordje dat Tobias leerde was niet oma maar Fem.

– Fem! riep hij, soms al vanaf de stoep, waggelend haar tegemoet.

Ze omhelsde hem, begroef haar gezicht in zijn ondeugende krullen.

– Waar ben jij geweest, joh! Ga je mee, even wassen nu!

Met Fem deed Tobias alles. Zelfs douchen en handen wassen. Oma bulderde van het lachen als Femke haar best deed om Tobias in toom te houden:

– Net een paling, houd hem stevig vast hoor!

Overdag vergat Femke totaal de brief aan haar vader… Er kwam maar geen antwoord, en dus besloot ze dat zwijgen ook een antwoord kon zijn: haar vader had geen behoefte aan een dochter.

Het stak nog een beetje, maar er was al snel geen tijd meer om zich druk te maken.

Oma bleef ratelen over een vervolgstudie, maar Femke wilde daar niks van weten.

– Oma, dat is echt niet mogelijk. Als ik ga studeren, moet ik weg, wat doen jullie dan? Nee, dat doen we niet!

Oma liet niet los, Femke werd steeds bozer. Werk genoeg in het dorp! Op de boerderij of in de supermarkt van Maud, die net met haar man een zaak was begonnen. Maud had al gezegd: je bent welkom hoor.

Maar oma bleef zeuren.

– Femke! Je begrijpt het niet. Je moeder heeft haar leven laten liggen, en nu jij?! Ik wil het beste voor jou!

– Oma, het is goed zo! Er zijn belangrijkere dingen dan een diploma!

Juist midden in deze ruzies gebeurde er iets wat Femke nooit had verwacht.

Ze kwam samen met Tobias terug van Maud. Tobias was moe van het spelen bij de tweeling, hing half uit haar armen. Net bij het tuinhek pakte hij haar hand:

– Fem! Tillen!

Ze tilde hem op, glimlachend om dat Tillen!

Bij het openzetten van het hek stond plots een wildvreemde man op hun veranda. Hij stond op een oud keukentrapje te rommelen bij de lamp die al jaren stuk was.

– Nou, achtentachtig paardenkrachten! Kijk eens, hij doet het weer! bromde de vreemde tevreden, sprong van het trapje en keek Femke en Tobias aan.

– Meisje

Joris deed twee stappen naar voren en sloot haar en Tobias in zijn armen.

– Mijn kind…

Tot haar verbazing zag Femke tranen in de ogen van de vreemde.

– Vergeef me, hoor je? Ik wist niks van jou! Is hij van jou? knikte hij naar Tobias, die hem met grote ogen aankeek. Mag opa hem vasthouden? Kom maar, ventje! Kijk eens!

Opeens snapte Femke wie er stond.

– Hij is niet van mij! Tjonge, wat zeg ik nu weer. Tobias is niet mijn zoon. Pap, dit is… ja… de zoon van mama. Mijn broertje.

– Ah, zo zit dat. Joris trok Tobias nog dichter tegen zich aan, Tobias hield hem stevig vast.

– Beetje prikkerig, zeg!

– Kijk, daarvoor hebben we scheermessen, kerel! Kom, meisje. Er zijn hier muggen waar je bang van wordt. Ik ben al bijna leeggebeten!

– Tja, rivier is vlakbij, pap…

– Weet ik nog.

Oma kwam binnen met een blik waarvan Femke meteen wist: dit is uitgepraat. Er is vrede. Ze hoefde niet meer boos te zijn.

Wat maakte het uit hoe het vroeger zat tussen haar ouders? Het enige dat telde, was dat haar familie nu een stukje groter was geworden en dat dat een reden tot dankbaarheid was.

Ze keek naar Tobias die om Joris benen heen hing en dacht: zo zal het worden. Er is eindelijk weer een man in huis, wat fijn…

Pas later hoorde Femke dat haar brief niet kwijt was geraakt bij PostNL. De vrouw die in Joris oude huis woonde had de moeite genomen om de brief na lang zoeken bij hem te bezorgen. Pas na maanden kwam die brief onderweg, precies toen Joris uit een lange reis terug was.

– Toen ik je brief las, ben ik meteen gekomen, meisje! Ik dacht dat ik helemaal alleen was! Ik heb je moeder zoveel geschreven. Ik wilde een gezin, maar kreeg maar één brief terug. Ze zei dat ze getrouwd was, dat ik haar met rust moest laten. Dus ik liet het los… Maar als ik had geweten dat het anders lag, was ik gezwommen naar je toe!

– En nu, pap, wil ik niet meer zonder Tobias en oma. Ik blijf gewoon hier!

– Maar wie heeft het over zonder hen? Mijn huis in Rotterdam is groot genoeg voor allemaal. Jij moet naar de universiteit! Oma past wel op Tobias.

– En waar leven we dan van? De vader van Tobias laat het helemaal afweten. Nooit alimentatie, nooit een bezoekje. Alsof hij niet eens bestaat!

– Vind je mij een knurft, meid? Joris fronste als Tobias, waarop Femke moest lachen Wat lach je nou? Ik ben een vent, ik zorg voor jullie! Pak je spullen, oma is akkoord, we wachten alleen op jou. Wat zeg je ervan?

– Ik zeg: we doen het, pap

En Femke omhelsde haar vader, dankbaar voor haar impulsieve brief. Een tijdje later trekt ze met haar familie naar de rand van het water in Rotterdam, waar zij iedere dag het leven voelt.

Of het leven van Femke rustig wordt? Vast niet! Er komen stormen, maar ook genoeg zon. Belangrijkste is: ze heeft een veilige thuishaven, voor altijd.

En in die haven zal het altijd goed en warm zijn. Er wachten haar geliefden en de geur van omas appeltaart bepaalde dingen leer je nooit. En daar wacht haar springerige broertje op haar, met een stem die steeds zwaarder wordt:

– Hé, Fem! Pa zei dat je thuis kwam! Ik heb je gemist!

– Ik jou ook, lieverd Elke dag weer.

Please rate
Bagattia News
Brief aan mijn vader