Lidootje: Het hartverwarmende verhaal van een Amsterdamse heldin

LISETTE

Sander van Dijk bekijkt nors de broek en het overhemd die op de stoel liggen. Met een diepe zucht gooit hij ze weer terug. Hoe moet hij hier nou in de deur uit? De broek is gekreukt, de vouwen zijn totaal verdwenen en op het zitvlak glimt ie nog ook, en hij is bovendien vijf kilo afgevallen waardoor de stof rondom zijn benen slobbert. Over het overhemd zwijgt hij het liefst; de vroegblauwe kleur is dof geworden, de manchetten zijn versleten en de kraag is slap en vormeloos ronduit een schande! Lisette zou hem in zon overhemd nog niet naar de buurtsuper laten gaan, laat staan naar de universiteit om college te geven als professor.

Kleren interesseerden Sander nooit, maar hij zag er altijd piekfijn uit vroeger tenminste. Hij hoefde maar wat te mompelen over wat hij de dag erna nodig had, of zijn hand in de kast te steken, en Lisette had al voor alles gezorgd. Nieuwe overhemden, kostuums, dassen, hoeden, schoenen het leek alsof het vanzelf ging, zolang Lisette het maar regelde.

Ach, Lisette wat heb je me nu geflikt? Hij had zulk verraad nooit van haar verwacht! Ze was bijna tien jaar jonger dan hij, altijd vitaal en nooit echt ziek, en toch kwam het onverwachte. Een paar dagen wat koorts, hoesten, niets ernstigs leek het Lisette had normaal liever haar eigen kruidenthee dan een dokter, maar ze moest voor de start van het nieuwe schooljaar een verklaring voor haar werk als docent kunnen overleggen. Dus liep ze met haar collegas de huisartsenpraktijk binnen en ergens halverwege het bezoek sturen ze haar direct door naar het ziekenhuis. Vanaf dat moment begint alles te draaien als in een nachtmerrie, tot het rond Oud en Nieuw definitief afgelopen is.

Met zijn hoofd snapt Sander het allemaal, maar sinds Lisettes dood heeft hij een afkeer ontwikkeld tegen die huisartsenpraktijk, alsof niet de ziekte maar zij Lisette afgenomen hebben terwijl daar juist de alarmbellen zijn gaan rinkelen. Maar het voelt gewoon zo.

Sander en Lisette leerden elkaar kennen op de universiteit van Utrecht: hij was net begonnen aan zijn tweede jaar promotieonderzoek en gaf werkgroep aan eerstejaars, Lisette zat in zijn groep als onopvallend meisje. Hij is altijd gevallen voor spraakzame, flamboyante types en toen kwam zij: een winterkind, met roze wangen, sproeten die zelfs in februari op haar neus dansten en mollige vingers waar de nagels onafgebeten en soms onder de inkt zaten. Juist om die handen viel hij. Voor hij het wist bracht hij haar naar huis, bleef plakken bij Lisettes oma om samen pannenkoeken te bakken, en vanaf toen was trouwen logisch. Ook toen, in de veertig jaar die volgden, verdubbelde Lisette in omvang, knipte haar vlechten af, rookte twee pakjes per dag en werd uiteindelijk conrector van een middelbare school maar voor Sander bleven haar handen die van dat verlegen meisje en nooit had hij behoefte aan een ander.

Toch werd hun leven geen romantisch sprookje. Veertig jaar is een lange tijd: Sander heeft Lisette meer dan eens pijn gedaan, met kleine misstappen en zelfs twee periodes dat hij het huis verliet. Lisette kon er ook wat van en had drie jaar een affaire met de directeur die betrokken was bij haar school. Hun twee dochters hielden het gezin bij elkaar in alle stormen.

Eerlijk gezegd was dat geen rechtvaardigheid: ze waren lang straatarm, woonden op elkaars lip, daarna draaide alles om de muziek-, teken- en gewone school, kunstrijden op de ijsbaan en griepjes bij de kinderen. En nu met een ruim appartement en de meisjes die zelfstandig leven en hun eigen gang gaan, en de kleinkinderen die hij alleen op verjaardagen ziet nu is Lisette er plots niet meer bij, zonder enig spoor van een gebruiksaanwijzing achter te laten!

Sander had zoiets nooit verwacht; tijdens de begrafenis leek hij door te hebben dat hij zich meer gedroeg als op een verjaardagsfeest dan als nabestaande, wat vriendinnen en kennissen prompt oppikten en hij merkte de rouw pas maanden later, toen de lente in Nederland aanging. Hij werd lusteloos, verloor zijn eetlust en huisde als een schim in het appartement.

Samenwonen met de dochters bleek geen optie: de ene reist over de hele wereld met natuurbeschermers om walvissen te redden en vogeltrek te volgen, de andere leeft in het gezin van haar man en is totaal opgegaan in haar dochter. Voor haar stond Sander nooit echt op de planning.

Zodoende trekt hij van het ene logeeradres naar het andere, schuift overal vroeg aan voor het eten, leunt slapend in de fauteuil, gaat zwijgzaam aan de thee met koek of speculaas en morst kruimels op zijn niet meer zo frisse overhemd en op de salontafel. Na een uurtje sluipt hij weg, om morgen of overmorgen weer te verschijnen. Thuis kookt hij bijna niet, hoewel hij vroeger altijd de chef-kok van het gezin was. Alleen voor zichzelf koken heeft geen zin. Daardoor ziet hij er uitgeblust uit; grauw en oud, en zijn vrienden vinden dat hij nog deze lente opnieuw in het huwelijksbootje moet stappen.

Deze week dient zich weer een avond aan: samen met de door zijn vrienden genaaide Anna van Hoof naar het theater in Amsterdam. Het heeft weinig kans van slagen. Alleen door Lisette ging hij weleens naar een voorstelling zij kon zo stralen in de zaal, haar toegangskaartjes koesteren, en dagenlang samen het stuk navertellen. Hij hield het nauwelijks vol: hij vond het toneel altijd gekunsteld, nep en meestal saai. Maar Lisettes enthousiasme liet hem niet weigeren.

Tegenwoordig is het alleen maar erger: zijn vrienden geven hem kaartjes, hij sjokt met vreemde vrouwen door de natte straten van Amsterdam, zit met een zeurende rug in te krappe schoenen drie uur in een een muffe pluchen stoel naar een onbegrijpelijk stuk en schaamt zich onderweg voor de geur van oude parfum van zijn gezelschap. In de pauze trakteert hij deze dames op jus dorange en harde tompoezen in het theatercafé en droomt hij alleen nog maar van zijn kussen, die minstens in zijn verbeelding nog ruikt naar Lisette. Maar zijn vrienden wil hij niet voor het hoofd stoten. Bovendien begrijpt hij wel dat hij niet gemaakt is om alleen te leven; al zou hij niet echt weten waarvoor het allemaal nog nodig is.

Anna van Hoof, de dame van vanavond, is opvallend aantrekkelijk, zelfs vijftien jaar jonger dan hij; goed verzorgd, vlot, grappig en allerminst dom. Rond tien jaar eerder had Sander haar vast interessant gevonden. In haar gezelschap voelt hij zich alleen maar nóg grijzer en slordiger. Zij toont overduidelijk haar belangstelling: meteen na de korte, toegankelijke voorstelling zonder pauze, gelukkig nodigt zij hem uit op haar appartement in de Pijp, vlak bij het theater. Mijn stoofpot is vandaag echt goed gelukt, en ik heb net verse appeltaart gebakken! Sander weet dat het allemaal vooraf bedacht is, maar de drang naar huiselijke gezelligheid is te groot om te weigeren. Met plezier loopt hij met haar mee: in haar compacte, knusse woning hangt een zoete geur van kaneel en vanille, Anna trekt een sportief huispak aan waardoor ze nog sprankelender lijkt, tovert een heerlijk diner op tafel en Sander voelt een plotseling verlangen om hier te blijven in dit veilige huis waar het verleden hem niet elke nacht versmacht.

Pas ver na middernacht gaat Sander naar huis: morgen gaan ze samen naar de tentoonstelling van het Museum van Kleinschalige Kunst, zondag mag hij mee kleding kopen, want zijn nieuwe geliefde wil zich niet schamen met een verlopen kledij, en op zaterdag is er een huiselijke lunch bij Anna thuis. Ze wilde eigenlijk samen naar haar huisje in de duinen, maar haar dochter had gevraagd of Anna haar kleindochter een middagje wilde opvangen dus wordt het een lunch met kleindochter erbij en een duinenwandeling op zondag.

Zaterdagochtend gaat Sander naar de kapper, waardoor hij zich zomaar vijf jaar jonger voelt. In zijn nieuwe geruite overhemd en zachte corduroy broek koopt hij bloemen voor Anna en chocolade voor de kleindochter, en vertrekt opgewekt naar Anna.

In het trappenhuis ruikt het al heerlijk naar gebraden eend en versgebakken taart, en Sander betrapt zichzelf erop dat hij een oud Nederlands liedje neuriët en lacht naar zijn spiegelbeeld in de oude lift. Anna ontvangt hem dolblij, neemt hem meteen mee de gezellige keuken in.

Waar is je kleindochter eigenlijk? vraagt Sander.
Die zit nog even te mokken in de slaapkamer. Ik haal haar zo, lacht Anna. Sander zet de bloemen in een vaasje, opent een fles rode wijn en vult een glas appelsap voor het meisje.
Kom binnen, Gerrit! zegt Anna vrolijk. Dit is mijn kleindochter Lisette.

In de deuropening staat een meisje met grote, heldere ogen, roze wangen en een piekerig gezichtje met schattige sproeten op haar neus. Ze kijkt Sander wantrouwig aan en knaagt nerveus op haar duimnagel. Sander denkt: als ik dáárvan niet ter plekke bezwijk… en loopt snel even naar buiten.

Please rate
Bagattia News
Lidootje: Het hartverwarmende verhaal van een Amsterdamse heldin