Iedereen bedroog haar broer, maar het was Vera die zich bedrogen voelde…

10 april

Het voelde alsof iedereen mijn broer bedroog, maar ik was degene die mij bedrogen voelde

Die nacht werd ik wakker van de telefoon.

Meisje, het huis staat in brand, we branden af! Door het gesnik van mijn moeder heen hoorde ik het geknetter van vuur, geroep en de chaos.

De slaap was direct verdwenen.

Het huis van mijn moeder ligt zon vijftien kilometer buiten Haarlem, groot maar bepaald niet modern te noemen. Alles groeit aan elkaar: de rand van de stad schuift elk jaar op, het dorp rukt op richting de buitenwijken. Terwijl ik me aankleedde, dacht ik aan hoe oud dat huis eigenlijk was of eerder: geweest was.

Ooit gebouwd door de overgrootvader van mijn vader, later werd er door opa een tweede zomeretage opgezet, en met de jaren is het huis almaar meer verbouwd en geïsoleerd. Links kwam er een veranda bij, het huis werd uitgebreid en weer aangepast. Het zag er stevig uit, strak in de lak, maar dat was schijn. In de winter was het meer bal in een koelkast, in de zomer rook het er muf en vochtig.

Langzaam maar zeker rotte het huis weg. Iedereen snapte het: hij moest gesloopt. Maar moeder zette de hakken in het zand alleen een renovatie, geen nieuwbouw. Zij was de baas, vader allang overleden. Zij besliste.

Het spaargeld is alleen voor renovatie, niet voor nieuwbouw, hield ze vol.

Mam, waarom zoveel ruimte voor jezelf? Voor hetzelfde geld bouw je een compact huis, twee verdiepingen, iets nieuws en gezelligs. Er blijft lekker veel ruimte over in de tuin voor je bloemen, probeerde ik haar over te halen.

Gerda, je begrijpt het niet, viel mijn broer Hans haar direct bij. Dit is familiebezit, een erfstuk, noem het Landgoed als je wilt. Alles moet behouden blijven. Een flinke opknapbeurt en het kan weer jaren mee!

Hans stond altijd pal achter moeder, en moeder achter hem. Mijn voorstellen werden minzaam weggewuifd al wist ik eigenlijk zeker dat ze de beste uitweg waren.

Langzamerhand had ik het wel geleerd. Als het zoveelste plan van Hans in rook opging, gesteund door moeder, haalde ik alleen nog maar mijn schouders op eigen keuze, toch?

Renoveren dan maar, regel het maar met zn tweeën.

Maar Gerda, jouw hulp is ook nog nodig. Niet veel hoor, alleen als er tekorten zijn. Ik heb het meeste geld wel, want ik heb het appartement waar mijn zus in woonde verkocht. Dat erfde ik samen met haar en wat moet ik met zon flat in Maastricht?

Heb je het appartement in Amsterdam verkocht Om dit huis te renoveren? Daar kun je drie huizen van bouwen!

Maar de helft was van mij, de andere helft van haar zoon. Dat stond zo in het testament.

En heb je hem dan gedwongen te verkopen? Mijn neef eruit gewerkt?

Welnee, hij heeft mijn deel overgenomen ik had het liever duurder verkocht, maar zij wilden niet meer betalen.

Mam! Het is toch niet dat we in armoede leven, je hoeft ons niet te onderhouden

Weggegeven? Ik heb een eigen gezin!

Misschien heb je gelijk. Regel het samen maar verder. Ik voelde me steeds meer toeschouwer in plaats van familie. En als men geen hulp wil, hoef je die niet te geven.

Een maand erna kwam opnieuw een telefoontje in het holst van de nacht. Het huis stond in brand. Mijn man, Pieter, en ik kwamen aan toen alleen de zwartgeblakerde muren nog overeind stonden. Niets was te redden.

Gerda, ik stel voor dat je moeder voorlopig in een van onze appartementen aan de Van Goghstraat trekt. De studio waar vorige week nog mensen uit zijn getrokken is perfect, er hoeft weinig aan te veranderen.

Ik heb daar ook aan gedacht, maar die is toch eigenlijk van jou?

Al die huizen zijn van ons samen, lieverd. Jouw moeder heeft hulp nodig. We lopen één maand huur mis, maar we hebben er nog twee, en in de derde wonen wij.

Het is en blijft die van jou

Hou op hoor. Alles is van ons samen; je moeder kan daar mooi wonen, meubels staan er en haar spullen kopen wij gewoon met haar samen.

Mama geïnstalleerd, boodschappen gedaan, wat kleine dingen gekocht. Na een tijdje besloot ik onaangekondigd langs te gaan, met een tas vol eten. Tot mijn verbazing hoorde ik de televisie aanstaan (waarvan ze had gezegd dat die in de brand verloren was gegaan), rook ik verse koffie.

Mam, je zei dat alles weg was! Dat is toch de televisie die wij je voor je verjaardag hebben gegeven? En die koffie leeft de koffiemachine ook nog?

Of dacht je soms dat ik dat allemaal gestolen heb? We hebben alles op tijd uit huis gehaald. De verzekering zou toch komen kijken. De meubels staan bij Hans.

Maar Hans heeft toch een nieuw appartement? Hadden ze tijd om nieuwe kasten en banken te kopen?

Weet ik veel, ze hadden het nodig. Mijn spullen liggen daar, die oude lakens hoefden ze niet.

Hans heeft een huis gekocht? Hoe dan?

Geen idee! Het is zijn zaak, niet de mijne.

Ik voelde dat er meer gaande was moeder bepaalde zelf wat ik wel en niet hoefde te weten. Ik kende haar onderhand: voor Hans deed ze altijd alles. Zijn projecten mislukten altijd; iedereen belazerde hem zogenaamd. Toch voelde ik mij altijd degene die zich genaaid voelde. Ook nu rook het naar bedrog.

Wat ga je doen met dat verbrande stuk grond? Het is een mooie kavel, je hebt wat geld en de verzekering nog.

Wat zou ik daar moeten? Alles is weg. Ik verkoop de grond en ik heb een dak boven mijn hoofd. Gelukkig heb ik een rijke dochter. Maar Hans die heeft altijd pech, schulden, schulden

Wil je geen appartement kopen van het geld?

En dit dan? Wil je je moeder op straat zetten?

Dit is van Pieter.

Daar merken jullie toch niks van!

We kunnen toch zelf een nieuw huis bouwen? Alle buren hebben nu plaatjes van huizen.

Nee Gerda, ik verkoop de kavel gewoon. Het zit in de familie, altijd via de mannen meegegaan, maar Hans wil er niets van weten. Stads, dat wil hij. Geen dorp.

Jij je zin

Pieter, mam wil de grond verkopen.

Tja, haar keuze. Ik had liever opnieuw gebouwd. Mooie stek, je vader kon daar onder de oude linde heerlijk zitten.

Ik vond het erg toen die boom doodging. Net of dat een teken was. Misschien moeten wij het proberen, zelf bouwen?

Ik zou het geweldig vinden, we droomden er al van. De kinderen zouden het leuk vinden, later kunnen de kleinkinderen logeren.

Dromer.

En je moeder kan er bij als ze wil.

Maar de grond blijft van haar. Dan moeten we het officieel regelen zodat ze niet alles weer omdraait. En Hans je kent hem.

Ik ga dat op de juiste manier aanpakken. Als ze de kavel te koop zet, kopen wij meteen. Of vraag het haar direct?

Nee, zij gaat schijnbewegingen maken.

Dan kopen we het gewoon als het op de markt komt

Waarom spreken jullie niet gelijk met mij, meiden?

Mam, geld komt van pas. Nu kun je een fijn appartement zoeken.

Moeder zweeg, en kwam er niet aan toe een huis te kopen.

Pieter en ik bouwden het huis, alles in onze spaargelden en een stevige hypotheek. Maar de lasten gingen prima: loon, verhuur, we kwamen goed uit.

En toen we eindelijk verhuisden, konden we het derde appartement verhuren. Moeder kocht nog steeds geen eigen plek, gaf het geld aan Hans, die weer zijn hypotheek niet op orde kreeg.

De verzekering betaalde haar nooit uit de brand was niet voor niets ontstaan; de meeste waardevolle spullen waren op tijd gered en het huis was later aangestoken. Uiteindelijk leverde het niets op.

Moeder kwam soms op bezoek.

Ruim hier hoor, bij Hans is het zo benauwd, twee kinderen in twee kamers, dat wordt krap.

Dat had ik ze nog gezegd, ze moesten groter kopen. Dit huis is prima, had ik toch maar meegebouwd.

Mam, voor de brand heb ik het voorgesteld. Dan had je hier ook fijn kunnen wonen.

Ja, ja Kijk, ik stel voor dat jullie terugverhuizen naar de stad. Dan neem ik het huis hier over, kunnen jullie dat leuke appartement houden en misschien komt Hans wel bij mij wonen. Dit huis gaat toch ooit naar hem. Zo hoort het, via de lijn van de mannen.

Serieus? Wij bouwen dit huis en dan geef je het aan Hans? Als het oude huis niet afgebrand was, had Hans het allang verkocht.

Zijn keus. Zo ging het altijd, dat is traditie!

Traditie? Het huis was er pas tachtig jaar!

Laat maar, ruzie zoeken heeft geen zin. Wanneer ruilen we?

Ons huis tegen een appartement? We hebben je net ingeschreven, dan hoeft het toch niet meer?

Jullie weten best dat ik niets koop, alles is naar Hans gegaan. De nieuwe erfgenamen zijn we nu zelf. Niet Hans.

Jullie hebben zat, Hans heeft pech!

Hoezo? Geld van Amsterdam ruimde hij op, de verzekeringsschuld ook naar hem, alles van vader ook. Hij is zielig? Wij ploeteren en sparen, hij krijgt alles in de schoot.

Hij is gewoon te goed van vertrouwen, hij wordt altijd genept

Wie voelt zich hier bedrogen, mam? Het is ons huis, onze grond, alles eerlijk geregeld. Hans hoort hier niet bij. Jij mag altijd langskomen.

Laatst kwam mijn neef Martin uit Utrecht op bezoek.

Kom eens kijken bij de arme tak van de familie, zei tante. Iedereen zou het hier zwaar hebben, hadden dringend geld nodig. Maar jullie wonen hier als god in Frankrijk.

Heeft tante dat gezegd? Tja

Moest een lening nemen, is net afgelost. Hier, ik heb oorbellen voor je. Ook van haar. Tante vroeg dat ze speciaal aan jou werden gegeven.

Heeft ze gezegd? Op de begrafenis wilde ze direct al het goud uit het huis hebben. Ik heb nog net de sieradendoos weten te verstoppen, ze heeft het hele huis afgezocht

Achteraf geloof ik haar leugen toen niet eens. Maar nu geef ik ze. Kijk, deze oorbellen moet ik jou geven. Hou ze.

Goed gedaan. Anders lagen ze nu bij Hans. Wat een gezeur. Wij werken er hard voor, zijn moeder legt alles in zijn schoot!

Niks teruggeven, verkopen mag ook. Jij hebt ze nodig, geloof me. Tante loog dat het gedrukt stond.

Vertel je het me nog eens?

Altijd

Moeder verschijnt nog zelden, haar knieën laten het afweten. Hans is altijd druk, wordt zogenaamd bedrogen. Pieter en ik wonen gelukkig, de kinderen genieten zichtbaar. Martin komt vaak langs. Het leven gaat door, iedereen smeedt zijn eigen geluk zoals het in Nederland hoort.

Please rate
Bagattia News
Iedereen bedroog haar broer, maar het was Vera die zich bedrogen voelde…