Het is een must om gelukkig te zijn

Gelukkig zijn is een plicht

Toen Lotte vier jaar oud was, verliet haar vader het gezin voor een andere vrouw. Het was net na Oud en Nieuw; op de drempel zei hij nog “het spijt me” tegen zijn dochtertje en trok vervolgens zacht de voordeur achter zich dicht.

Haar moeder reageerde onverwacht kalm, bijna alsof het onvermijdelijk was. In de familie van haar moeder duurden relaties nooit lang. Maar twee weken later, in het holst van de nacht, dronk ze in stilte alle paracetamol en slaappillen die nog in huis waren. Ze viel voorgoed in slaap.

Die ochtend probeerde Lotte haar moeder lang wakker te maken, eerst met zachte stem, dan steeds harder. Uiteindelijk nam ze wat kaas en brood uit de koelkast, at behoedzaam en keerde vervolgens terug om haar moeder opnieuw wakker te schudden. Uitgeput viel ze naast haar in slaap.

De koude januaridag kroop voorbij. Toen Lotte haar ogen opende, werd het al schemerig. Ze was wakker geworden van de kou. Ze trok de deken hoger over zich heen en zocht warmte bij haar moeder, maar kreeg het alleen maar kouder. Dat was het moment waarop Lotte begreep dat deze kille, ijzingwekkende kou van haar moeder kwam. De tranen gloeiden op haar wangen als vuur.

Opeens draaide er een sleutel in het slot. Lotte stormde naar de hal. Tante Annet, haar moeders jongere zus, stond in de deuropening.

Lotte, wat fijn dat je thuis bent! Maar waar is je moeder? Ik bel haar al de hele dag; waarom neemt ze niet op? Je maakt me zo ongerust!

Lotte greep haar tante wanhopig bij de jas, trok haar richting de slaapkamer, met haar grote, verdrietige ogen en spartelende handen. Ze probeerde iets uit te brengen, haar mond bewoog, haar gezicht vertrok, de tranen stroomden, maar haar stem bleef uit.

Annet had zelf nooit kinderen kunnen krijgen; haar man was weg, na vijf jaar huwelijk. Ze hield zielsveel van haar nichtje, bijna als van haar eigen dochter. Daarom twijfelde ze geen moment en regelde alle papieren: Lotte bleef voortaan bij haar. Ze omringde het meisje met zorg en liefde, maar geen enkele arts, geen enkele therapie verscheen haar stem na drie jaar terug te brengen.

Die winter daalden de temperaturen rond Driekoningen, het sneeuwde eindelijk zo dat het kraakte onder de laarzen. Lotte en haar vriendinnetjes sleeën de hele dag in het Vondelpark, bouwden een hele sneeuwpoppenfamilie, rolden door de verse hopen en maakten sneeuwengelen.

Kom, tijd om naar huis te gaan. Je sjaal is doorweekt en je handschoenen zijn bevroren! We halen onderweg nog even melk en pasta bij de Albert Heijn, zei Annet terwijl ze haar muts goed trok.

Bij de ingang van de winkel zat een rooie kater, precies op het rooster naast de deur. Hij keek met halfdichte ogen, net of hij daar puur voor zijn plezier zat, al roerden zijn voorpootjes nerveus op de ijskoude tegels. Lotte hurkte naast hem neer en gebaarde Annet alleen naar binnen te gaan.

Goed, ik ben zo terug. Je blijft hier wachten, goed?

Zacht aaide Lotte de kater. Hij strekte zich lui uit, bolde zijn rug van plezier en spinde klagend. Toen Lotte haar armen om zijn hals sloeg en haar gezicht tegen zijn warme vacht drukte, begonnen haar tranen te stromen; de kater likte ze weg, niesde van het zout, likte stug verder.

Bah, dat is toch vies! Het is een straatkat, je weet niet wat-ie allemaal meemaakt, mopperde Annet toen ze buiten kwam. Ze pakte Lotte bij haar hand en trok haar mee. Maar Lotte verzette zich, draaide zich los, tot Annet haar uiteindelijk toch in de achterbank tilde.

De rooie kater kwam hun achterna, plaatste zijn platte pootjes tegen het raam, miauwde klaaglijk naar Lotte.

Dit kan echt niet, hij hoort nu bij mijik kan hem niet achterlaten! fluisterde Lotte terwijl ze in tranen uitbarstte en langs het beslagen raam keek.

Wat zeg je daar? Zeg het nog eens, alsjeblieft! Annet hield haar adem in.

We mogen hem niet laten gaan. Zonder mij redt hij het niet! riep Lotte opeens luid en duidelijk.

Annet vloog uit de auto, griste de kater op, en liet zich met kat en al op de achterbank naast Lotte zakken. Als je deze kater zo graag wilt, had je dat maar eerder moeten zeggen, dan had ik hem allang voor je gezocht, grijnsde ze met betraande ogen terwijl de kater zich tevreden op Lottes schoot legde en eindelijk rustig werd.

Het leven gooit soms bittere sneeuwballen naar je toe, maar geluk ligt soms in iets kleins: een warme poot op je schoot, en het besef dat liefde en nieuwe hoop altijd onverwacht kunnen terugkeren.

Please rate
Bagattia News
Het is een must om gelukkig te zijn