Moeder trok haar dochter stevig tegen zich aan, gaf haar een kus en dacht: Op wie lijkt ze toch? Daarna zuchtte ze diep. Familie en vrienden stonden regelmatig verbaasd en stelden precies diezelfde vraag. Had een van de vrienden Klaas van alles in het hoofd gehaald? Of kreeg Anna argwaan? Misschien kreeg Klaas gewoon zelf ineens twijfels over zijn Anna. Op een dag kwam hij in elk geval chagrijnig thuis van zijn werk.
Klaas, wat gaan we nou doen? Het is toch echt te vroeg. Marije is nog geen drie, net uit de luiers. Ik heb nog niet eens een beetje kunnen bijkomen, klaagde Anna.
Van het ene zwangerschapsverlof rol ik zo in het volgende, somberde ze verder. Marije wil nog de hele tijd op schoot, hoe moet ik haar straks optillen met zon buik?
We worden straks met zijn vieren, en jij bent de enige die werkt. Zullen we niet nog even wachten met een tweede kindje? vroeg Anna, geschrokken van haar eigen woorden.
Ben je nou gek? Zet dat meteen uit je hoofd, bitste Klaas. Sorry, het is mijn schuld, maar we kunnen dit samen. Ik ga gewoon bijklussen.
Als het weer een meisje wordt, stel ik geen enkel probleem voor. Er ligt nog een hele kledingwinkel aan babykleertjes van Marije op zolder. En die kinderwagen kan ook zo weer uit de schuur.
Het leeftijdsverschil tussen die twee is dan ook niet zo groot, daar zullen ze gezelliger van worden. Maar als het een jongetje wordt Klaas grinnikte even. Dan moeten we bij de gemeente maar aanvragen voor wat meer vierkante meters woonruimte, lachte hij naar Anna.
En zo was het besluit genomen. Anna was gek op Marije en verwende haar schromelijk. Logisch, haar eerstgeborene, zo lang op gewacht!
Ze kon zichzelf niet bedwingen om haar steeds weer op te pakken, stevig tegen zich aan te drukken, haar te zoenen, ook toen haar buik al zichtbaar werd.
Heel soms betrapte Anna zich op de gedachte dat ze hoopte dat ze dit tweede kindje, zon haastig opdondertje, niet zou voldragen, al zou ze dat natuurlijk aan niemand toegeven zelfs niet aan zichzelf.
Maar moeder natuur had andere plannen. De zwangerschap verliep soepel, en op de uitgerekende dag kwam er in huize de Vries nog een dochter bij.
De eerste keer dat Anna haar kreeg om te voeden, schrok ze een beetje van het rossige dons op het hoofdje. Zowel Anna als Klaas waren pikzwart van haar, en Marije werd met haast zwarte haren geborendie pas later wat lichter werden. Straks wordt het bij deze misschien wel donkerder, troostte Anna zichzelf.
Het bleek een kraaloog-blond popje; ieder bezoek aan de baby zorgde voor een stroom ooohs en aaahs. De naam verzonnen de gelukkige ouders zonder al te veel gepuzzel: Fenna. Best zeldzaam, en mooi dat de zussen allebei een naam met een F hebben, zo vonden de ouders geheimzinnig bijzonder.
Hoe het kon dat de familie ineens een totaal ander kind had, kon niemand verklaren. Fenna leek niet alleen niet op haar zus, ze leek ook niet op haar ouders. Hoe ouder ze werd, hoe vreemder haar verschijning naast haar donkere familieleden. Alsof ze met de wind vanuit Friesland was komen aanwaaien.
Na een tijdje werd haar haar inderdaad iets donkerder, naar asblond toe. Altijd kalm, een beetje mollig, keek ze met haar helderblauwe ogen nieuwsgierig de wereld in. Anna bleef haar tegen zich aan drukken en kussen en dacht telkens weer: Op wie lijkt ze toch? Nog vaker zuchtte ze. Ook de kennissen vroegen zich af: Moet je kijken, een albino onder de mollen!
Klaas werd er steeds knorriger van. Misschien hadden zijn vrienden hem gek gemaakt, of dacht hij zelf ineens onraad. Op een dag kwam hij zwijgend thuis van werk, duidelijk niet in zijn hum.
Hij hoorde Anna bijna niet toen ze riep: Klaas, wat is er met je? Uiteindelijk keek hij haar streng aan en begon over ontrouw.
Hij herinnerde zich die leuke, blonde collega die ooit met Anna meeliep. Heeft ze het met die gozer gedaan? vroeg Klaas zich hardop af. Ofhij werd er zelf bang vanzou er een babyverwisseling zijn geweest in het ziekenhuis? Gebeuren wel vaker die dingen
Ik ben jou nóóit vreemdgegaan! Fenna is gewoon onze dochter, niemand heeft haar verwisseld! huilde Anna, vol ongeloof over zon belachelijke verdenking.
Met elke dag werden de ruzies heviger. Scheiden leek onafwendbaar. Anna begon haar spullen al te pakken. Nu schrok Klaas eindelijk wakker.
Hij hield van haar, dacht hij. Zij zou weggaan, de kinderen meenemen, en hij zou alleen achterblijveniets dat hij veel enger vond dan vreemdgane vrouwen. Het enige wat hij wilde was de waarheid.
Maar die nieuwsgierige blikken en opmerkingen als Op wie lijkt ze nou, zon witje? of Goh, niet op haar moeder, ook niet op haar vader… Klaas kon het niet meer hebben, voelde zich een wandelend gewei.
Hij smeekte Anna te blijven, maar zei wel dat hij een vaderschapstest zou laten doen. Anna in tranen natuurlijk.
Hoe kan ik blijven als je me niet eens vertrouwt? Ga je de test doen, doe dan meteen Marije ook erbij, voor het geval ik háár ergens ben tegengekomen, snauwde Anna. Misschien moeten we gewoon maar meteen uit elkaar gaan.
Klaas verzamelde persoonlijk een plukje haar van Marije en een wattenstaafje met speeksel van Fenna en leverde het af bij het laboratorium.
Dagenlang achtervolgde hij de laboranten met vragen of ze niks verkeerd zouden doen, of er geen kans was op verwisseling. Ze verzekerden dat zoiets geen kans maakte. Klaas haalde opgelucht adem.
De meisjes hoorden die ruzies en Fenna, nog maar vier, snapte al dat het om haar draaide.
Marije zei op een dag zelfs recht in Fennas gezicht:
Jij bent mijn zus niet, ze hebben je gewoon bij ons voor de deur gezet. Door jou krijgen papa en mama steeds ruzie. Ze willen uit elkaar door jou.
Fenna barstte in tranen uit en mama kreeg haar amper meer rustig.
Toen begon Marije te piekeren: wat als haar zusje er gewoon niet meer zou zijn? Dan zouden haar ouders vanzelf wel weer gelukkig worden, toch?
Die kans deed zich voor toen mama naar de Albert Heijn ging en even bleef hangen bij de bonusaanbiedingen. Papa was werken. Marije trok haar zus aan de hand mee: Kom, we gaan wandelen. En zo liepen ze samen steeds verder van huis.
Toen Anna terugkwam en haar kinderen nergens vond, stormde ze meteen naar buiten. Ook geen spoor van de meiden op het pleintje. Alleen de buurvrouw van één hoog had gezien dat ze samen vertrokken warenmaar tja, die wilde de aflevering van Goede Tijden niet missen, dus vroeg er verder niet naar.
Anna rende als een gek door alle stegen. Uiteindelijk kwam Klaas helpen zoeken. Het werd al avond en de meisjes waren nog altijd verdwenen. Toen pas werd de politie erbij gehaald. Een uur later vond men Fenna, huilend in een vreemde achtertuin. Marije was verdwaald en eveneens dolend teruggevonden.
De ouders waren zo blij dat ze de meisjes niet eens bestraften. Marije hield stil dat ze haar zus expres ver weg had willen laten.
Ouders gingen opnieuw in de clinch. Anna verweet Klaas er nooit te zijn, Klaas vond dat Anna onze meisjes onverantwoord alleen had gelaten.
En stel je voor: onder een tram gekomen, of meegenomen door een boze orgaanhandelaar!
Uiteindelijk kwamen de resultaten van de test. Klaas bleek inderdaad de biologische vader van beide meisjes en de dokter legde uit dat dit soms gewoon zo uit de genen kan komen ja, zelfs met zulke verschillende haarkleuren. Zelfs hele lichte vrouwen kunnen soms een zwart kindje krijgen, zei hij, dat is erfzonde eh, genen.
Langzaam keerde de rust terug. Maar Fenna bleef zich anders voelen.
De zussen konden het nooit echt goed vinden. Marije was Fenna haar hele leven blijven verwijten dat alles door háár kwam en bleef beweren dat Fenna haar zus niet echt was.
Mij krijgen ze nieuwe jurken, jij krijgt mijn afdankertjes, want jij hoort er eigenlijk niet bij, was Marijes favoriete sneer.
Fenna slikte tranen, klaagde nooit bij haar moeder. Marije schoof haar maar wat graag de schuld in de schoenen als ze iets uitspookte.
Van wie heb jij dat nou weer? Kijk hoe rustig Marije zit, zuchtte haar moeder. Fenna leerde dat klagen geen zin had. Mama hield alleen van Marije.
Fenna zocht elke keer een hoekje op, deed haar ogen dicht en stelde zich voor dat ze onzichtbaar was. Dan kon niemand haar uitschelden of teleurstellen.
Marije was de eerste die haar diploma haalde, maar studeren: ho maar! Waarom zou een knappe meid haar tijd verspillen? Op een dansavond vond ze een man eentje met een eigen appartement en een goedlopend tweedehands-autobedrijf en stond meteen als eerste getrouwd.
Anna hield natuurlijk ook van Fenna. Maar onbewust haalde ze haar jongste dochter telkens bij Marije in de min. En Fenna voelde dat al haar hele jeugd.
O, kijk Marije eens, wat een slimme, goeie vent heeft zij aan de haak geslagen. Zie je nou wel, Fenna? Jij zit maar te tekenen en te dromen.
Toen Fenna in haar examenjaar opviel bij een jongen, was ze dolblij met zijn aandacht eindelijk iemand die haar wél leuk leek te vinden.
Toen kwam het besef ze was zwanger. Ze schrok zich wezenloos en vertelde het hem.
De jongen vond haar lief, maar zijn ouders zeker niet: zijn moeder klopte zelfs bij de familie aan, met het verzoek of Fenna niet eventjes de boel kon laten weghalen.
Op dat moment schoot Klaas ineens haar kant op. Misschien uit spijt, of omdat hij zijn dochter gewoon zielig vond.
Laat haar dat kind krijgen, zei hij ineens rustig. Laat haar met rust, we redden het wel. Blijf jij maar lekker in je eigen stad studeren, wij zorgen hier wel voor dat kind.
En zo gebeurde het. De jongen werd naar familie in Drenthe gestuurd, Fenna kreeg thuisonderwijs want je wilt niet dat de rest van de klas een slecht voorbeeld ziet, toch? Zelfs haar examens mocht zij thuis maken, onder toezicht.
De leraar Engels was mild. Fenna kreeg een goed cijfer waar ze uiteindelijk niks aan had: ze zou de komende tijd alleen maar moeder zijn.
Toen sloeg het noodlot toe: Klaas overleed plotseling aan een hartstilstand. Zoveel druk, zoveel zorgen Hij ging even uitrusten bij de tv, maar werd niet meer wakker. Anna vond hem nog warm.
Fenna begon net met weeën toen dit alles gebeurde, en kreeg diezelfde avond nog een zoon. Een vrolijk kereltje net als zij zelf, met rossig haar en helderblauwe ogen.
Ze kon niet eens afscheid nemen op de begrafenis, want ze lag nog in het ziekenhuis. Anna kwam haar halen, zwart van verdriet, maar liet toch ontvallen dat Fenna de dood van haar vader op haar geweten had.
Oók haar zoon mocht ze wel graag, trouwens, dat was dan weer het bijzondere. En toch piekerde Anna: wie zou Fenna nou ooit nog willen als ze al een kind had?
Ik hoef niemand, zei Fenna beslist. Mijn eigen vader twijfelde al. Dan zal een vreemde mijn zoontje zeker niet accepteren.
De jongen bleek slim, rustig, wijs voor zijn leeftijd. Hij was vijf toen Marije zich ineens weer met Fennas leven ging bemoeien.
Haar huwelijk liep op zijn einde: haar schoonouders wilden graag een kleinkind en Marije kreeg dat niet voor elkaar. Haar man begon vreemd te gaan. Marije bleef hangen, want waar moest ze heen? Terug naar mama? Nee dank je. Daar woonden Fenna en haar kind tenslotte. En daar had ze geen zin in.
Fenna had inmiddels een flinke baan in de kapsalon en kon prima haar boontjes doppen.
Maar Marije, die was niet van plan het erbij te laten zitten. Zij zou Fenna wel aan een man helpen. Bij haar thuis kwam regelmatig een computerreparateur: een aardige, beetje slungelige, jonge vent. Marije had het zelf ook al geprobeerd, maar die had haar afgewezen. Nou, dan maar die rare zus met haar kind op hem afsturen, dacht ze.
Ze regelde een ontmoeting. Kom je, het is tijd dat Fenna een fatsoenlijke vent ontmoet. Een kind heeft een vader nodig, toch?
Ze ging er vanuit dat Fenna hopeloos door de mand zou vallen. Als hij haar niks vindt, dan komt hij vast wel weer bij mij. En anders is tenminste dat huis weer voor mij.
Fenna maakte zich netjes op, deed haar mooiste blouse aan, maar hield zich verder gewoon: wie haar moet, die moet haar zo.
In het café zat Jeroen, de computerhulp, op zijn telefoon te draaien.
Jij bent Jeroen? vroeg Fenna aarzelend.
Ja, en jij?
Ik ben Fenna, de zus van Marije.
Jeroen trok zijn wenkbrauwen op, maar bood meteen koffie aan. De gebakjes zijn hier trouwens lekker, wil je er een? Fenna was verbaasd. Hoe weet je dat? Ik kom hier geregeld om af te spreken met klanten.
Ze begonnen wat te praten. Fenna ontdekte dat hij charmant, maar een tikkeltje slonzig was. Zijn warrige haar jeukte in haar vingers moest ze hem nou echt niet even knippen?
Ze dacht: Misschien zit ik hier wel voor niks. Maar Jeroen vroeg meteen haar nummer. Weet niet waarom eigenlijk, maar ik ben wel nieuwsgierig naar jou.
Uiteindelijk belde hij haar pas een week later. Sorry, druk gehad, maar vanavond kan ik wel, ga je mee een hapje eten?
Daar, onder het genot van frietjes en een appeltaartje, vertelde Fenna haar hele levensverhaal. Jeroen luisterde aandachtig.
Toen ze naar buiten gingen, voegde zich een zwerfkat bij hen. In de supermarkt kocht Jeroen kattenvoer en op de valreep betaalde hij ook de boodschappen van een oud dametje voor hem bij de kassa.
Fenna keek verwonderd. Waarom doe je dat? Jeroen lachte: Mijn oma vond boodschappen doen altijd een uitje, maar iets lekkers gunde ze zich nooit. Daarom koop ik altijd voor een ander iets extras.
Dus ik ben voor jou de volgende zielige zwerver? grapte Fenna boos.
Welnee, jij bent gewoon leuk, zei Jeroen. Jij bent gewoon jij.
Die avond belde Marije op. En, hoe was het? Fenna zei: Goed. We hebben afgesproken. Bedankt, zus.
Marije voelde zich gepasseerd en kreeg direct ruzie met haar moeder. Terwijl Fenna in de gang luisterde, hoorde ze haar zus zeggen: Zij heeft áltijd geluk. Die lapzwans hoort bij mij, niet bij dat grijze muisje met haar bastaardkind!
Nog diezelfde avond werd Anna plotseling onwel aan tafel. Fenna belde 112 dankzij snelle hulp liep het allemaal met een sisser af.
Twee maanden later trouwde Fenna met Jeroen en samen met haar zoontje verhuisde ze naar zijn knusse huis. Haar moeder bezocht ze bijna iedere dag, maar Marije vertrok spoorloos ergens naartoe om haar geluk te zoeken.
Ouders denken dat kleine kinderen niets begrijpen van hun ruzies, maar kinderen horen alles, vormen hun wereldbeeld en hun toekomst. De strijd tussen zussen om liefde of aandacht is soms hard, en wie kwaad zaait, oogst vaak eigen ongeluk.
Kinderen luisteren nooit naar volwassenen, maar vergissen zich zelden wanneer ze hun gedrag kopiëren.
John Baldwin
De woorden die een dochter hoort steunend of afbrekend bepaalt haar beeld van zichzelf en haar relaties.Toen Fenna op een koude lentedag haar moeder bezocht, zat Anna stil op de bank, een fotodoos op schoot. Er waaiden vergeelde kinderfotos over het kleed: Fenna als peuter, met dat rossige dons, Marije in een zwierige jurk. Anna keek op, haar ogen zacht.
Je weet, zei ze aarzelend, ik had vroeger altijd zon beeld van hoe het zou zijn: kinderen die samen lachen in het gras, zussen hand in hand. Maar het leven liep anders, Fenna. Soms denk ik dat niet alles maakbaar is, ook niet de liefde tussen kinderen. Toch Ze legde haar hand op Fennas knie. Ik kijk nu naar jullie en zie: ieder van jullie heeft leren staan, elk op haar eigen manier.
Fenna rook de bekende geur van koffie en zeep, hoorde haar zoontje trippelen in de hal met Jeroen giechelend achter hem aan. Opeens voelde ze geen jaloezie meer voor haar zus, geen verlangen naar een ander leven. Ze was wie ze wasen voldeed eindelijk aan niets anders dan haar eigen verwachtingen.
Toen Anna haar kleinzoon optilde, bleef Fenna even staan observeren: haar moeder hield het jongetje in haar armen, precies zoals vroeger, maar nu was er geen Marije om hem weg te duwen, geen verwijt over wie op wie leek. Alleen Anna, een beetje moe, maar onmiskenbaar haar moeder, die met glimmende ogen naar haar dochter keek en zachtjes zei: Wat ben jij sterk geworden, meisje.
Buiten speelde de wind met bloesemblaadjes; Fenna glimlachte en wist familie is niet wie op wie lijkt, maar wie blijft, wie leert vergeven, en wie jou, met al je eigenaardigheden, uit volle overtuiging thuis noemt.
Achter haar tikte een kat met rossig staartje zacht tegen haar been. Fenna bukte, streek het beest over zijn kop en keek schuin naar de zon die door het raam vielop haar moeder, op haar kind, op haar leven dat, hoe verschillend ook, eindelijk helemaal klopte.







