Een Echte Nederlandse Vrouw

Goede vrouw.

“Wat een goede vrouw is het toch. Wat zouden we zonder haar moeten?”
“En jij geeft haar maar twee duizend euro per maand.”
“Anna, we hebben haar tenslotte het appartement nagelaten.”

Jan strompelde zijn bed uit en liep langzaam naar de aangrenzende kamer. In het zachte licht van het nachtlampje keek hij met troebele ogen naar zijn vrouw.

Hij hurkte bij haar neer, luisterde aandachtig. “Alles lijkt goed te zijn,” mompelde hij.

Toen stond hij op, strompelde naar de keuken, opende een pak karnemelk, ging even naar het toilet en schuifelde terug naar zijn eigen kamer.

Hij ging weer liggen. Slapen lukte niet.

“Anna en ik zijn allebei negentig. Hoe lang hebben we nu samen het leven gedeeld? De tijd vliegt, en straks zijn we er niet meer. Niemand om ons heen.”

Hun dochters, Nadine was al overleden nog voor haar zestigste. Max, hun zoon, allang ook weg Onrustig type was hij.
Hun kleindochter, Saskia, woont al twintig jaar in Duitsland, in Keulen geloof ik. Ze denkt nooit aan opa en oma, ze heeft vast allang grote kinderen zelf

Voordat hij er erg in had, was hij toch in slaap gevallen.

Hij werd wakker van een hand op zijn arm.

“Jan, gaat alles goed?” fluisterde een zwakke stem.

Hij deed zijn ogen open. Anna boog zich over hem.

“Wat is er, Anna?”

“Nou, ik zag je liggen zonder te bewegen.”

“Ik leef nog hoor! Ga maar slapen.”

Ze schuifelde weer weg. Het licht floepte aan in de keuken. Anna dronk wat water, ging naar het toilet en verdween weer naar haar kamer. Ze ging op bed liggen.

“Op een dag word ik wakker, dan is híj er niet meer. Wat ga ik dan doen? Misschien ben ik zelf wel eerder aan de beurt.”

Jan heeft onze uitvaart al geregeld. Nooit gedacht dat je dat zo van tevoren kon doen, maar aan de andere kant: wie doet het anders voor ons?

Onze kleindochter denkt niet meer aan ons. Alleen buurvrouw Joke komt nog eens langs. Zij heeft de sleutel van ons appartement. Jan geeft haar elke maand duizend euro van onze AOW. Zij haalt de boodschappen en regelt wat nodig is. Waar zouden we dat geld anders aan besteden? Zelf kunnen we nauwelijks de trap van de vierde verdieping nog af.

Jan opende zijn ogen. De zon scheen fel door het raam. Hij liep het balkon op en keek naar de groene kruinen van de kastanjeboom. Een glimlach verscheen op zijn gezicht.

“We hebben de zomer weer gehaald!”

Hij ging bij zijn vrouw kijken. Ze zat peinzend op het bed.

“Anna, niet zo treurig. Kom, ik wil je iets laten zien.”

“Ik heb écht geen kracht meer,” kreunde ze, langzaam overeind komend. “Wat ben je van plan?”

“Kom nou maar!”

Voorzichtig hielp hij haar naar het balkon.

“Kijk, hoe groen de kastanje alweer is! Jij zei nog: de zomer halen we niet. Toch wel he!”

“Jeetje, inderdaad En het zonnetje schijnt ook. Wat heerlijk.”

Ze namen samen plaats op het bankje op het balkon.

“Herinner je je nog hoe ik je vroeg samen naar de bioscoop te gaan? Op de middelbare school nog, weet je nog? Op zo’n dag was het ook ineens weer groen buiten.”

“Wie vergeet nu zoiets? Hoe lang geleden is dat wel niet?”

“Zeventig jaar Zesenzeventig geloof ik.”

Ze bleven lang zitten, duikend in herinneringen aan hun jeugd. Op oudere leeftijd wordt veel vergeten, zelfs wat je gisteren hebt gedaan, maar je jeugddie blijft je bij.

“Ojee, we praten wat af,” zei Anna plots. “En ik moet nog ontbijt maken!”

“Anna, zet maar lekkere thee! Die kruidenthee hebben we nu wel genoeg gehad.”

“Dat mag toch niet.”

“Maak hem maar slap. En een klein beetje suiker.”

Jan dronk die zwakke thee en at zijn belegde boterham met kaas, terwijl hij dacht aan de tijden dat het ontbijt bestond uit sterke thee met suiker en warme broodjes, pannenkoekjes erbij.

De buurvrouw kwam binnen en glimlachte goedkeurend.

“Hoe gaat het hier?”

“Wat denk je, met twee negentigers?” grapte Jan.

“Als je nog grappen maakt, gaat het goed! Zal ik nog iets meenemen?”

“Joke, neem eens wat kip mee,” vroeg Jan.

“Dat mag toch niet, Jan.”

“Kip kan best.”

“Goed, ik maak kippensoep met noedels voor jullie!”

Ze ruimde de tafel af, waste het servies en vertrok.

“Anna, kom mee naar het balkon,” stelde Jan voor, “even in het zonnetje zitten.”

“Laten we dat doen.”

Even later verscheen Joke weer. Ze liep het balkon op.

“Hadden jullie het gemist, het zonnetje?”

“Het is altijd fijn hier, Joke,” lachte Anna.

“Goed, ik breng straks pap en zet meteen de soep op voor de lunch.”

“Een goede vrouw is het,” zei Jan, haar nakekend. “Wat zouden we zonder haar?”

“En ze krijgt maar twee duizend euro per maand.”

“Anna, we hebben haar het huis nagelaten.”

“Dat weet ze niet eens.”

Zo bleven ze tot aan de lunch op het balkon zitten. Joke bracht kippensoep, rijk aan kip en geprakte aardappel.

“Die maakte ik vroeger altijd voor Nadine en Max, als ze klein waren,” zuchtte Anna.

“En nu koken vreemden voor ons,” zuchtte Jan zwaar.

“Het zal onze bestemming zijn. Ooit zijn we er niet meer en niemand zal om ons huilen.”

“Anna, het is nu genoeg. We gaan een dutje doen!”

“Jan, ze zeggen niet voor niets:

‘Wat oud is, is als een kind.’

Onze dagen lijken wel op die van kinderen: gepureerde soep, een middagdutje, de pap om vier uur.”

Jan sliep een poosje, maar werd weer wakkerhet lukte niet. Het weer verandert zeker. Hij liep naar de keuken, waar twee glazen sap klaar stonden, door Joke klaargezet.

Hij pakte beide glazen en liep voorzichtig naar Annas kamer. Ze zat dromend voor zich uit te staren.

“Wat zit je te piekeren, Anna?” glimlachte Jan. “Kom, sap drinken!”

Ze nam een slokje.

“Kun jij ook niet slapen?”

“Het is het weer.”

“Ik ben al de hele dag wat wiebelig,” zei Anna weemoedig. “Voel dat het einde dichterbij komt. Beloof me dat je alles netjes doet als ik er niet meer ben.”

“Anna, hou op. Hoe moet ik verder zonder jou?”

“Eén van ons zal de eerste zijn.”

“Kom, we gaan uitwaaien op het balkon!”

Ze bleven tot laat in de avond buiten. Joke maakte kwarktaartjes. Ze aten, keken samen televisiealtijd oude komedies en tekenfilms, want bij nieuwe films haken ze af.

Die avond hielden ze het bij een tekenfilm. Anna stond op.

“Ik ga slapen. Ben moe.”

“Ik ga ook dan.”

“Laat me nog eens goed naar je kijken,” grapte Anna ineens.

“Waarom dat?”

“Gewoon, nog even.”

Ze bleven elkaar aankijken, alsof ze zo weer jong waren, de wereld aan hun voeten.

“Kom, ik breng je naar je kamer.”

Anna pakte Jan bij de arm. Samen schuifelden ze langzaam naar haar kamer.

Hij dekte haar voorzichtig toe en liep terug.

Zijn hart was zwaar. Slapen wilde niet.

Het leek hem alsof hij niet had geslapen. Hij keek op de kloktwee uur s nachts. Hij stond op en ging naar Annas kamer.

Ze lag met open ogen.

“Anna!”

Hij pakte haar hand.

“Anna, wat doe je nou? An-na!”

Plots kreeg hij zelf geen lucht. Hij slofte terug naar zijn kamer, pakte de papieren die al klaar lagen, legde ze op tafel.

Toen keerde hij terug naar Anna, keek lang naar haar gezicht. Hij ging naast haar liggen en sloot zijn ogen.

Hij zag zijn Anna weer, jong en mooi zoals ze 76 jaar geleden was. Ze liep naar een helder, warm licht in de verte. Hij haastte zich achter haar aan, greep haar bij de hand.

s Morgens liep Joke zachtjes hun slaapkamer binnen. Ze lagen samen, hun gezichten verstild in dezelfde gelukkige glimlach.

Uiteindelijk belde Joke de huisarts.

De dokter keek naar het stel, schudde zijn hoofd.

“Samen gegaan. Ze moeten veel van elkaar gehouden hebben”

Ze werden opgehaald. Joke zakte uitgeput neer op de stoel bij de tafel en daar zag ze de documenten en het testament op haar naam.

Ze legde haar hoofd in haar armen en huilde

In gedachten realiseer ik me, zonder goede mensen om ons heen zijn we niks waard. Echte liefde, zorg en vriendschapdat blijft, lang nadat de tijd haar werk heeft gedaan.

Please rate
Bagattia News
Een Echte Nederlandse Vrouw