Geintje
– Sophie! Sophiatje! Laat even spieken!
De fluisterstem van Myrthe schalde door het hele klaslokaal en meneer Van Vliet, die net het cijferboek invulde, keek op over zijn bril.
– Van Dijk! Even rustig aan, hè? Zelf schrijven!
– Maar meneer Van Vliet, het is echt moeilijk! Myrthe stond zoals gewoonlijk haar vrouwtje stevig.
– En wie zei dat alles makkelijk moest zijn? En trouwens, Myrthe, Sophie heeft een ander toetsformulier dan jij. Dus bij haar spieken heeft weinig zin.
– Hoezo?! Ze zit toch vooraan!
– Precies daarom! grijnsde meneer Van Vliet terwijl hij Myrthes gejammer sarcastisch nadeed. Zij kreeg van mij een speciaal vragenlijstje.
– Nou ja, dat is niet eerlijk! Myrthe dook even onder in haar schrift, maar binnen een paar tellen was ze alweer om zich heen aan het kijken voor een nieuw reddingsplan.
Niemand zag dat Sophie zich kleiner maakte achter haar tafel, zo bang was ze om op te vallen of haar ogen van haar blaadje af te wenden.
Iedere docent wist inmiddels dat Sophie de geheime superkracht van de klas was. Slim koppie, had ze nu eenmaal. En iedereen maakte er gretig gebruik van, zelfs Mees, die normaal alleen geïnteresseerd was in voetbal. Probeer maar eens te weigeren! Voor je het weet zit je recht tegenover een boos gezicht en sta je met beide benen buiten de groep.
Sophie was bepaald geen kreng. Ze liet wel spieken maar op aanraden van haar moeder probeerde ze dat zo te doen dat de leraren het niet opmerkten.
– Fietje, jij bent zon lief meisje. Maar vergeet niet dat je ook aan jezelf moet denken. Jij wilt straks naar de universiteit in Amsterdam, en daarvoor heb je wel een goed diploma nodig. Niet verpesten door al die malloten die het leren laten zitten, hoor.
Haar moeder had makkelijk praten. Maar Sophie moest altijd zuchten zodra ze erover begon. Ze wou dat haar moeder eens begreep hoe zwaar het is om de ijverige leerling te zijn in een klas waar niemand boeit of ze een 4 of een 8 halen.
Sophie zat nog niet zo heel lang op deze school in Amersfoort. Haar moeder had haar hierheen laten overplaatsen, vlak na de scheiding van haar vader. De redenen stapelden zich op. Vooral toen bleek dat Sophies broertje geboren werd bij haar vader en zijn nieuwe vrouw, jazeker, terwijl Opa en Oma nog zwijgden.
Sophie kreeg weinig uitleg; volwassenen gingen immers hun eigen gang. Zij zat op haar kamertje met kleurpotloden en verfde alles zwart. Echt netjes, geen licht randje mocht zichtbaar zijn.
De eerste die haar kunstwerken merkte, was Oma.
– Wat gebeurt er hier, mensen? Een kind van zeven, en kijk nou eens!
Oma was haar vaders moeder, maar om de een of andere reden stond ze voor dit alles aan Sophies moeders kant.
– Echt waar; ze heeft het van jouw vader, hoorde je. Die kon er ook wat van. Altijd weg, altijd weer terug. Maar goed, die kreeg bij zijn escapades geen kinderen. Dat scheelt.
– Maar vergaf u hem dan altijd?
– Wat moest ik anders, Fieke? Ik hield van hem. En hij van mij, dat wist ik. Anders kwam-ie niet telkens terug.
– Was het moeilijk?
– Moeilijk? Meer dan moeilijk. Ik heb het nooit helemaal vergeven, denk ik. Liever niet. Maar goed jij bent slimmer, meid. Ik hoop dat je dingen anders aanpakt, dat Sophie er niet de dupe van wordt.
En dat deed haar moeder. Ze zette haar zesjarige dochter tegenover zich en legde alles uit.
– Sophie, papa en ik gaan niet meer samenwonen.
– Waarom?
– We gaan uit elkaar. Jij en ik wonen voortaan samen. Papa zie je in het weekend of wanneer het uitkomt. Maar papa blijft papa, hoor! Ik beloof het!
– En jij dan? snikte Sophie. Grote mensen zijn dom! Altijd maar hun zin!
– Ik laat jou nooit alleen!
Opeens snapte haar moeder waarom Sophie alles zwart kleurde. Ze was bang om verlaten te worden.
Het kostte best wat tijd, maar uiteindelijk begreep Sophie dat niemand haar zou achterlaten. Haar vader nam haar nog steeds mee naar de bioscoop, ze speelde met haar broertje, en leerde zelfs opschieten met papa’s nieuwe partner. Iris was niet lastig, hield van kinderen Sophie mocht haar wel.
Toch hield Sophie dat knagende gevoel misschien was papa wel weggegaan om háár. Want met Iris en een nieuw zoontje ging alles wel goed Misschien was zij gewoon niet goed genoeg?
Moeder en oma probeerden dat gevoel weg te nemen, maar dat nare stemmetje bleef af en toe babbelen, vooral als Sophie lastige dingen moest doen en haar zelfvertrouwen ineens verdacht laag uitviel.
In groep drie viel het allemaal nog wel mee. Gewoon, trillende knietjes als ze een gedichtje moest voordragen tijdens de schoolopening.
Een week geoefend met mama voor de spiegel, niets aan de hand. In de kleuterklas mocht Sophie altijd de hoofdrol spelen. Maar op die grote dag ze pakte de microfoon, zag haar familie aan de zijkant van het plein, en floep! Alles weg. Dikke tranen geen enkel woord kwam eruit.
De bovenmeesteres kwam erbij, veegde zorgvuldig haar tranen, fluisterde:
– Zeg maar straks, goed?
Sophie knikte meer zat er niet in.
Gelukkig was meneer Van Vliet het niet vergeten. Na de lessen wachtte hij Sophie bij de poort op.
– Kijk eens aan, daar ben je! Doe je het versje nu voor mij? Ik ben nieuwsgierig!
Zoiets kleins. Maar voor Sophie op dat moment de wereld. Ze liet mama los, ging rechtop staan en declameerde haar gedicht luid en duidelijk. Aansluitend applaus van de volwassenen.
– Goed gedaan! Zie je wel, je kunt het wél!
– Maar ik durfde niet hoor Sophies ogen liepen opnieuw vol.
– Hoezo niet? Je hebt het toch gedaan! Je hebt net voor een volwassen publiek opgetreden hoor! Of het nou op het plein was, of hier maakt niks uit! Meid, je bent goed bezig. Echt waar.
Dat moment bleef ze onthouden.
Jaren later, toen meneer Van Vliet haar mentor werd in de tweede klas, was ze maar wat blij. Een bondgenoot in het lerarenbestand. Eentje die nooit verklikte, maar wel steunde.
– Jullie meisje is héél gevoelig, Fieke, zei Van Vliet tegen Sophies moeder. Slim en lief, maar zo breekbaar Misschien moet ze eens naar het lyceum, richting wiskunde. Hier is ze onder haar niveau. Het zijn fijne leerlingen, maar tja, niet erg ambitieus. Sophie zou zich beter voelen tussen kids die net zo fanatiek zijn als zij.
Moeder begreep dat best, maar kon weinig doen. Het Johan de Witt Gymnasium was veel te ver. Papa verwachtte elke dag een baby in het gezin, oma zat inmiddels veel bij de dokter, en Fieke werkte twee banen om huur te kunnen betalen voor iets meer dan hun kleine appartementje. Ze moesten het even zo laten.
– Nog even volhouden, Fietje. Als het straks beter gaat, zoeken we uit waar je heen kunt. Goed?
– Geeft niks mam, ik red me wel Hoe is het op je werk?
– Meh, mwah, ach. Daarbij kneep ze Sophie stevig tegen zich aan op de bank. En bij jou? Vertel, tot in de details!
Na een hoop gegiechel en getik van moeders vingers begon Sophie eerlijk over school te vertellen.
Openlijk pesten deden ze bij haar in de klas niet maar fluisterend achter haar rug hoorde ze genoeg:
– Daar heb je Sophie weer! Ze moest weer zo nodig excelleren bij geschiedenis Nu zitten wij met een onvoldoende omdat de docent de lat te hoog legt. Kon ze niet gewoon een zesje halen?
In het begin had ze er geen last van, maar dat zou snel veranderen.
– Sophie! Nog tien minuten! Ik kom er niet uit! Myrthes boze gefluister kreeg Sofie zover dat ze haar kladblaadje richting haar schoof.
Dit keer had Van Vliet het niet door (hij was net een mail aan het lezen).
Gelukkig zat Daan, haar tafgenoot, vlakbij en schoof stilletjes zijn schrift haar kant op zodat ze Myrthe even kon laten zien hoe het moest.
– Thanks! fluisterde Sophie zachtjes en tikte de juiste som aan bij Daan, die meteen zijn fouten verbeterde.
Het kladblaadje gleed richting Myrthe, en verder bleef het stil tot de bel ging.
Daarna barstte de hel los.
– Ben je nou helemaal?! Zit daar net als een standbeeld! Eind van het blok en mij laat je zitten! Snap je het nou? Vriendin, ja hoepel op!
– Myrthe, doe even normaal! Sophies stem bleef kalm, maar binnenin kookte ze.
Waarom moest ze altijd iedereen tevreden houden?
Haar oma zou nu zeggen: “Waar slaat dat op, wat ben je voor sukkel?!”
Oma verving vieze krachttermen altijd door deze degelijke Hollandse uitdrukking “Wat ben jij weer lekker bezig!”.
– Meid, een beetje netter praten. Je bent een dame, geen kade-arbeider!
– Maar oma, jij scheldt zelf soms ook?
– Ik ben al lang voorbij mijn houdbaarheidsdatum daar mag het af en toe! Maar jij niet, Sophie! Niet charmant voor jouw leeftijd, snappie?
– Maar de jongens vloeken ook!
– Ja, en? Je wil toch geen maatje zijn, maar hun droomvrouw?
– Waarom eigenlijk niet?
– Vrouwen met pit zijn leuk, maar niemand trouwt met zn beste vriend. En geloof me, chique blijft het als je niet teveel moppert of vloekt
– Had mama dat met papa dan ook zo?
– Vraag het haar zelf maar, schat!
Nu, Sophie had graag even goed uit haar slof willen schieten tegen Myrthe, maar ergens wist ze dat oma toch gelijk had.
– Myrthe, kap er nou mee! Daan zat boos zijn natuurkundeboek in zijn tas te wurmen. Wat doe je moeilijk! Verwacht je nu echt dat iedereen alles voor je oplost?
– Echt geen stijl, Sophie. Jij hoort toch mijn vriendin te zijn? Myrthe sloeg haar vuist op het bureau.
– Wat bazel je nou? Je hebt je hulp gehad! Moet ik ook nog je lunch klaarmaken?
Sophie griste haar tas van de grond, zwaaide Myrthe aan de kant en beende de klas uit voordat ze ter plekke in tranen zou uitbarsten. De rest van de klas keek nieuwsgierig toe.
Myrthe kwam niet achter haar aan, maar mompelde nijdig:
– We weten hoe jij bent, Sophie de Oppernerd. Je krijgt je portie nog wel
Het bleef een week stil tussen de meiden.
De klas hield de adem in, niemand wist wat voor geniepigs Myrthe in haar hoofd had.
Myrthe had altijd wel een handig plannetje; ze kon iemand het leven behoorlijk zuur maken. En Sophie vroeg zich angstig af wat er nu zou volgen.
Totdat, zonder waarschuwing, Myrthe op haar af kwam:
– Sophie, nou niet zo boos doen! Je zwijgt me al twee weken dood. Is dat nou nodig?
– Ik ben niet boos.
– Tuurlijk niet Nou, vergeet het maar. Wat ga je doen met Oud & Nieuw? Met je moeder thuis, of logeren bij je vader?
De toon was veel te zonnig. Maar Sophie dacht: ach ja, soms is iemand gewoon even chagrijnig. Klaar, laten we doorgaan.
Fout!
Niet veel later vond Sophie een vreemd briefje in haar tas:
“Sophie, ik vind je heel leuk! Daan”
Het handschrift leek verdacht goed op dat van klasgenoot Daan. Sophie dacht geen seconde dat het anders kon.
Maar Myrthe had via-via uitgevogeld wie er ongeveer hetzelfde schreef als Daan. Na wat intimidatie, het aanbieden van een reep Tonys Chocolonely en een hoop gezeur, had ze zo’n briefje geregeld.
– Nu moet Sophie even voelen hoe het is! lachte Myrthe duivels, terwijl ze het briefje in Sophies tas stopte.
Bij sport lag Sophie weer eens onderuit te hannesen tijdens volleybal, vermaakt door Myrthes vriendinnen.
– Kom op, Sophie, ram die bal keihard!
Toen Sophie het briefje eenmaal uit haar tas haalde, werd ze direct omringd.
– Oh la la, Sophie! Wat ben je een sneaky typ! Kijk nou wat Daan haar stuurt! Myrthe hield het briefje boven haar hoofd en paradeerde door de kleedkamer. Dit wordt groot aangepakt!
– Myrthe, geef hier!
– Rustig aan! Eigenlijk je hebt gelijk. Geen strategie nodig! Daan! Hé Daan!
Sophie werd doodbleek.
Dat niemand wist dat ze Daan eigenlijk leuk vond behalve haar dagboek. En haar moeder.
– Is dat erg, mam?
– Hoezo? Lief zijn mag altijd. Misschien is het geen liefde, maar gewoon kriebels.
– Dat kan?
– Dat heet soms gewoon vlinders. Voelt goed, is spannend.
– En doet het pijn?
– Soms, ja. Zo gaat dat met echte dingen. Maar zonder dat wat een saaie boel!
Nu had Myrthe dus geraden hoe de vork in de steel zat. Aan Sophies koddige gezicht, aan haar snelle beweging om het briefje te verstoppen.
De jongens doken de kleedkamer in en bulderden van het lachen zodra Myrthe met het briefje stond te wapperen, terwijl Sophie bijna wegkroop in een hoek.
– Wat is hier allemaal aan de hand?
Opeens stond meneer Van Vliet er, zoals wel vaker precies op het verkeerde moment. Iedereen kalmeerde onmiddellijk.
– Mevrouw Van Vliet! Groot nieuws! riep Myrthe, kuste het briefje en stak het omhoog. Tadam! Verloofd!
– Myrthe, waar slaat dit op? zijn ogen werden donker. Wat heb jij daar?
– Een briefje van Daan voor Sophie! Ze vindt haar leuk!
Het gegniffel werd in de kiem gesmoord.
– Stilte allemaal! Sophie, vertel eens eerlijk.
En op dat moment herinnerde Sophie zich dat eerste septemberochtend. Meneer Van Vliet met zijn bemoedigende blik: “Je kunt dit!”
Met een diepe adem stapte ze naar voren.
– Myrthe heeft mijn briefje gepakt. Ik wilde dat niet laten zien.
– Dat snap ik, Sophie. Daan?
Iedereen wachtte af. En toen gebeurde iets onverwachts.
– Ja, ik heb het geschreven!
Daan duwde de joelende jongens opzij, liep op Myrthe af en griste het briefje uit haar handen.
– Andermans post lezen, dat doen we niet, Myrthe.
– Jij liegt! snauwde Myrthe, die wel doorhad dat haar plannetje geen effect had.
Niks pesten, geen hakpartij. Sophie zou gewoon zichzelf zijn.
En opeens was Sophie niet meer de bange muis. Iets in haar rug tintelde vreemd, alsof ze vleugels kreeg. Natuurlijk niet, mensen vliegen niet! Wat een onzin.
Maar waarom voelde alles zo licht, alsof ze elk moment kon opstijgen?
– Myrthe? Meneer Van Vliet keek streng.
– Was maar een grap! Daan liegt! Myrthe stond haar tranen te verbijten.
– Geef terug! Daan stopte het briefje netjes opgevouwen in Sophies hand. Voor jou. En laat niet meer zomaar al mijn briefjes aan de rest zien, afgesproken?
– Meneer Van Vliet, krijgen we vandaag nog een opstel? riep Daan snel. Mevrouw De Groot zou het zeggen, maar ik heb niet geleerd.
– Kijk, eerlijkheid duurt het langst! Ga maar gauw naar je les. De bel is al gegaan. Tsop, tsop, tsop!
En daar stoof de tweede klas VWO de gang in, negeerde Myrthe haar gniffeltjes, en knipoogde Sophie naar Daan haar geheime briefje stevig in haar vuist.
Dat briefje bleef niet lang geheim. Netjes plakte ze het in haar dagboekje.
En jaren later, op huwelijksdag, zou ze dat oude schriftje aan Daan overhandigen.
– Pak aan, man van me.
– Wat is het, vrouw?
– Ons begin
– Vertrouw je me zo, dat ik alles mag lezen?
– Je weet alles al, sufkop.
– Nee, niet alles
– En wat is er dan nog voor geheimen? Sophie kroelt zich tegen Daan aan, de polonaise in de feestzaal negerend.
– Weet je nog, jouw verhaal over het drempeltje en de deur naar liefde?
– Aha
– Ben jij toen eroverheen gestapt?
Sophies ogen twinkelen en haar zachte gefluister hoort Daan luid en duidelijk:
– Zeker weten. En de deur achter me dichtgetrokken. Ik ben niet meer verliefd op jou.
– Wat dan?
– Ik hou van je! Snap je?
– Hm… nu wel. Maar ik denk Geef mij maar een zoen! Sophie, zoet?
– Appeltje-eitje!







